Drievuldigheid

Drievuldigheid

De kardinaal, de koning én Anuna De Wever.  Geen van de drie had ik ooit in levenden lijve ontmoet.  Niet dat ik er meteen naar op zoek was, want alvast de beide eersten vertegenwoordigen instituten waartegenover enig wantrouwen over het algemeen gepast is.  Desalniettemin heb ik het dus in één weekend goedgemaakt.  Nu, van koningen en kardinalen zijn er meerdere exemplaren, dus moet ik eigenlijk “een kardinaal” en “een koning” zeggen.  En de persoon die die laatste functie hier ten lande invult, die had ik wél al eerder gezien.  Maar dat telt dus niet, want toen was hij nog geen koning.  En “de kardinaal” klinkt deze week ook wat vreemd, want van zo lang ik mij herinner was er ook maar één persoon die zich alhier “dé kardinaal” mocht noemen.  Die man, Godfried Danneels, overleed deze week.  De man die wellicht dichter bij het pausschap geraakte dan enig ander Vlaming sinds Adrianus VI, en die de historische overgang van het almachtige kerk-instituut naar een meer menselijke maar ook veel meer feilbare variant mee-maakte.  God hebbe zijn ziel.

Vandaag is “de kardinaal” Jozef De Kesel.  En die was deze zondag, samen met de koning dus, één van de eregasten op de viering van de Zondag van de Orthodoxie, in de Kathedraal van de Heilige Aartsengelen in Brussel.  Als u die niet weet te situeren, dan kan u dat vergeven worden, want aan de buitenkant verraadt niet zo heel veel het karakter van kathedraal.  Maar in dat gebouw aan de Stalingradlaan in Brussel zetelt de metropoliet van het aartsbisdom België en exarch van Nederland en Luxemburg, het hoofd dus van de Orthodoxe Kerk in de Benelux.  Dat aartsbisdom bestaat dit jaar 50 jaar.  Vandaar de uitzonderlijke feestviering.  De orthodoxe kerk in ons land is vooral een Griekse kerk – ook al omdat de meeste andere orthodoxe kerken er Griekse wortels op nahouden (en de Russisch-Orthodoxe Kerk zich wat meer afzijdig houdt van de orthodoxe eenheid).  Die Griekse band is, dat had u al begrepen, ook wat ons naar de kathedraal leidde.  Om daar een zeer plechtige, want orthodoxe, viering bij te wonen, in een hele reeks talen – voor zover ik ze kon identificeren minstens Nederlands, Frans, Grieks, Russisch, Roemeens en vermoedelijk Arabisch en/of Aramees.  Die laatste zijn de twee talen die door de Syrisch-Orthodoxe Kerk worden gebruikt, maar ik ben niet meteen in staat om het onderscheid tussen beide te horen.  Een kerk trouwens die bewogen jaren achter de rug heeft, en waarvan een aantal leden in ons land hun toevlucht zochten – met alle politieke gevolgen van dien.  Ik hoop vooral dat ze hier een thuis vinden waar ze ook hun geloof vrij kunnen beleven.

Of het ter ere van De Kesel was, weet ik niet, maar zowel de geloofsbelijdenis als het onzevader werden in het Nederlands gebeden.  Het verbaasde mijn vrouw dat ik niet alleen die laatste, maar ook de eerste tekst (de klassieke “twaalf artikelen van het geloof”) zo ongeveer woord voor woord kon mee opzeggen.  Niet helemaal letterlijk, want zoals ik hier al eens heb uitgelegd zijn er precies drie woorden verschil (“en de Zoon”).  Ik vond het zelf dus minder verbazend – maar de verschillen tussen beide kerken worden begrijpelijkerwijs dan ook sterker door de Orthodoxe dan door de Katholieke Kerk benadrukt.  Wie door de wat hermetische rituelen en de oud-Griekse taal heen kijkt, ziet trouwens structureel ook weinig verschillen tussen de eucharistie zoals ik ze zondag mee beleefde (eigenlijk de eerste keer dat ik een volledige orthodoxe eucharistieviering bijwoonde) en die volgens de Romeinse ritus zoals die bij ons gebruikelijk is.  De gebruikte Byzantijnse ritus, indien gecelebreerd door een katholieke priester, is overigens op zich een geldige katholieke ritus.  Maar misschien volgt u mijn theologische uitweidingen ondertussen niet meer.  Laat ik het er dan maar op houden dat ik het wel bijzonder vond om getuige te zijn van deze bijzondere viering.

De metropoliet (een Vlaming, overigens) vermeldde in zijn homilie op het einde van de viering dat hij ooit nog les had gekregen van De Kesel.  Waardoor ik me afvroeg of de kardinaal daar dan met enige trots op terugkeek, of toch vooral betreurde dat zijn toenmalige leerling (wiens vader orthodox priester was, het weze gezegd) het “rechte pad” niet had gevolgd.  In elk geval vond ik de aanwezigheid van de kardinaal een mooi gebaar naar de “zusterkerk” toe, meer nog dan van het koningshuis dat er nu eenmaal, als het zin wil hebben, voor iedereen moet zijn.

Na de viering was er nog iets kleins te eten – met een aangepast “menu” wegens de Vasten, die een stuk strenger is dan de katholieke : ook op zondag geen vlees, vis, eieren of olie (voor wie zich zorgen maakt : als u ooit in Griekenland zou “moeten” mee vasten, kan u zich nog steeds te goed doen aan een rijke keuze van zeevruchten…).  Voor enkele dansoptredens zijn we niet gebleven, want we hadden later op de dag nog een portie Griekse cultuur op het menu staan, met een zeer gesmaakt optreden van Lavrentis Machairitsas en Nikos Portokaloglou in de Madeleinezaal in Brussel.  Een heel stuk profaner, met ook een nog sterkere Griekse aanwezigheid dan ’s morgens in de kerk.  Het gemak waarmee twee “rockers” van hun eigen repertoire overschakelen naar de volksmuziek van hun land (en weer terug) verbaasde me al niet meer, maar het maakt me wel jaloers op een rijke muziektraditie die we hier toch minder hebben.  Achter onze zaten enkele mensen die ik Grieks hoorden spreken met een vreemd, maar toch herkenbaar accent.  Later spraken ze Limburgs tegen elkaar.  Vandaar, dus.

En tenslotte… van “star struck” zijn heb ik weinig last.  Ook niet toen ik vrijdag dus Anuna voor een foto zag poseren in een Brussels metrostation.  Haar rol in onze samenleving van vandaag lijkt me minstens zo uitdagend als die van koning en kardinaal (of die van landelijke muziekheld…), en wellicht ook minstens zo moeilijk – maar daar kiest ze zelf voor.  Moge de wijsheid waarvoor zondag gebeden werd ook haar ten deel vallen.  Ze leek er alvast haar “cool” niet bij te verliezen, dat is al een goed begin.

Tegenvoeters

Tegenvoeters

Christchurch.  What’s in a name ? Net daar verloren bijna 50 mensen het leven omdat ze hun godsdienst wilden beleven.  Bij een vreselijke aanslag op twee moskeeën.  Waarschijnlijk mee mogelijk gemaakt omdat niemand hem voor mogelijk hield.  Natuurlijk is alleen de dader verantwoordelijk.  Dat hoeft zelfs geen betoog.  Maar ik vind sommige waarschuwingen over een klimaat dat soms rond de islam als godsdienst of moslims als medeburgers wordt gecreëerd wel terecht.  En ja, die waarschuwingen worden dan ook soms op hun beurt misbruikt om de islam tegen terechte kritiek af te schermen, of moslim-medeburger vrij te pleiten van alle fouten.  Net zoals de waarschuwingen tegen antisemitisme soms worden aangewend om kritiek op het beleid van Israël te delegitimeren.  Dat hoort niet, maar het verantwoordt ook niet alles.  Wie een sfeer schept waarin de kritiek op sommige aspecten van de islam, of sommige interpretaties ervan, of op het gedrag van een aantal mensen dat die godsdienst aanhangt, wordt veralgemeend tot een karikatuur, waarvan elke uiting moet worden uitvergroot en vervolgens bestreden, wie alleen nog in termen van “strijd” of “verzet” over de islam kan spreken, die moet zich ervan bewust zijn dat die woorden door sommigen al te letterlijk kunnen worden genomen.

Wie een “wij”/”zij”-verhaal brengt, loopt trouwens altijd het risico dat “wij” uiteindelijk gaan denken dat “zij” niet dezelfde basisrechten hebben als wij.  Of die “zij” nu “de moslims” zijn, “de rijken”, “de elite”, “de vreemdelingen”, of al wie toevallig niet denkt zoals “wij”… doet daarbij ten gronde niet ter zake.  Mensen tot één aspect van hun zijn reduceren, dat dan uitvergroten en hen vervolgens daarop afrekenen is moreel niet aanvaardbaar.  Een liberale democratische samenleving kan daarom niet anders dan te proberen dat “wij”/”zij” denken tegen te gaan – en de strijd tussen meningen te organiseren, niet die tussen mensen.  Maar soms lijkt het de verkeerde richting uit te gaan.

De Islamitische Staat mag dan wel (vooralsnog) verslagen zijn, het blijkt gemakkelijker haar soldaten te bestrijden dan haar wereldbeeld.  En dat lijken we haar nog te gunnen ook.

Too late to keep calm…

Too late to keep calm…

A dog’s Brexit.  Aan woordspelingen, cartoons en satirische stukjes over het Brexitproces is er al lang geen gebrek meer.  Maar de vergelijking met “a dog’s breakfast” vind ik één van de mooiere.  ’t Is inderdaad, om naar het Vlaams over te schakelen, van den hond.  Dat het hele Brexitproces niet van een leien dakje zou lopen, stond vooraf wellicht voor iedereen vast, zelfs voor de Brexiteers die beweerden dat het allemaal vanzelf zou gaan.  Maar dat het Verenigd Koninkrijk deze lijdensweg te wachten stond, dat zag wellicht  niemand aankomen.  Waarom het allemaal fout liep, is al uitgebreid beschreven.  Ik heb het hele proces geboeid en met weerzin gevolgd, en hier ingaan op alle kronkelingen en nuances zou me wellicht te ver lijden.  Men leze bijvoorbeeld deze uitstekende Brexit Blog.  De belangrijkste vaststelling blijft voor mij dat David Cameron dacht door een referendum te beloven (en vervolgens niet te organiseren wegens geen absolute meerderheid) een probleem binnen zijn Conservatieve Partij op te lossen.  Dat referendum is er wel gekomen (want David haalde nét de meerderheid) en heeft tot een campagne geleid die dankzij leugens en illegale financiering (dat is allemaal bewezen) het bekende resultaat heeft opgeleverd.  En wat als een partijpolitiek probleem is begonnen, is er vervolgens één gebleven.

Op geen enkel moment is het Verenigd Koninkrijk erin geslaagd om in wat een dramatische nationale crisis is geworden de partijpolitiek te overstijgen.  Dat ligt aan Theresa May, waarvan enkel de koppigheid bewondering mag wekken (of deernis), en ook aan Labourleider Jeremy Corbyn.  Voor al wie het wil zien is het zonneklaar dat Corbyn zichzelf als oppositieleider onmogelijk maakt, omdat hij eigenlijk ook, en tegen de wil van zijn partijleden in, uit de Unie wil.  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat zelfs in een politiek niet volmaakt functioneel land als het onze in dit soort situatie toch echt “over de partijgrenzen heen” zou zijn gewerkt.  Mijn vrouw denkt dat het ook in haar, eveneens onvolmaakte, land het geval zou zijn.  Dat zou toch al iets moeten zeggen…

De volstrekt niet-lineaire besluitvorming over het Kanaal (die op een volstrekt lineaire tegenpool in Brussel stuit), leidde deze week alvast tot het inzicht dat uit de Unie stappen niet meer zal lukken tegen 29 maart.  Ook die vaststelling (want dat is het) kreeg binnen de partij van de premier trouwens géén meerderheid.  Deze week gaan ze in het House of Commons voor de derde keer over hetzelfde akkoord stemmen, dat eerder in de grootste en de op drie na grootste nederlaag voor een premier werd weggestemd.  Ik acht de kans niet onbestaande dat ze het zowaar gaan goedkeuren.  Indien niet, dan komt er mogelijk een langer uitstel.  En tot wat dat zal leiden kan nog altijd geen mens echt voorspellen.  Drie jaar na een referendum.  Bijna vier jaar nadat David Cameron de kiezer vertelde dat de keuze ging tussen hem en “de chaos” met zijn toenmalige Labourtegenstander.  Je kan van die Ed Miliband zeggen wat je wil.  Ik was nooit een fan.  Maar zoveel chaos had de arme man zelfs in zijn stoutste dromen nooit kunnen veroorzaken.

Ondertussen kan je alleen maar vaststellen dat mits de juiste informatie over wat de EU wel en niet doet of kan doen de overgrote meerderheid van de Britten wellicht gewoon “Remain” zou hebben gestemd.  Wat toch zou moeten pleiten voor een nieuwe stemming, om zo alsnog één van de meest dramatische zelfdestructieve beslissingen uit de geschiedenis van de democratie alsnog recht te zetten.  Maar ook dat is te lineair gedacht voor de Britten.  Al kán het nog steeds wel.  En kunnen ze ook nog steeds op 29 maart gewoon uit de Unie crashen.

God save the Queen en haar onderdanen.

Naschrift (18/3/2019) : De “Speaker” van het Britse Parlement heeft vandaag, zich beroepend op een 450 jaar oud precedent, beslist dat er géén derde keer of hetzelfde kan worden gestemd.  Dat verandert natuurlijk mijn inschatting dat ze het deze keer mogelijk wel gaan goedkeuren.  Strikt genomen kan het VK nu geen kant meer op als de EU uitstel weigert, behalve… het intrekken van de Brexit.  Niet uitgesloten, en ook niet waarschijnlijk, dat scenario.  Zoals álle Brexitscenario’s, dus !  

Ost mor veurt !

Ost mor veurt !

55 jaar carnaval.  En ik heb daar nog niet over geschreven.  Een normaal excuus zou natuurlijk zijn dat ik gewoon nog niet van de viering bekomen ben.  Van de emoties, de vreugde om het 5 keer 11 jubileum en de beschouwingen over heden en verleden die daar mee gepaard gaan.  Of van het bier, dat gebeurt ook, naar verluidt.  Maar zo goed is mijn excuus niet.  Ik ben gewoon niet de meest fanatieke carnavalvierder.  Niet dat ik geen verdiensten heb in carnavalsmiddens.  Ik heb meegewerkt aan de geschiedschrijving van de beginjaren, in het boek over Heidebrand.  Ik maak de publicatie van talloze carnavalsfoto’s op Essen in Beeld mee mogelijk – die zelfs de vorm van een heuse overzichtstentoonstelling hebben aangenomen.  Ooit heb ik ook echt in de stoet meegelopen.  En ik heb hoogstpersoonlijk een Griekse DJ de toestemming gegeven om de wereldhit van André Van Duin te draaien.

Desalniettemin, ‘k os ni ert mej.  Dat doet evenwel geen afbreuk aan mijn waardering voor het carnavalsgebeuren.  Het Essense carnaval mag dan wel geen werelderfgoed zijn (en wordt dus ook wat minder op de vingers gekeken dan de Aalsterse variant), belangrijk Essens erfgoed is het wel.  Immaterieel erfgoed – want de wagens worden dan wel gedeeltelijk gerecycleerd, ze worden niet voor het nageslacht geconserveerd.  Sociaal weefsel.  Wie heel even verder kijkt op deze site, weet dat ik vind dat dit bewaard moet blijven, en dat het gemeentebestuur daar zijn verantwoordelijkheid voor moet nemen.  Bijvoorbeeld door voor bouwplaatsen voor carnavalswagens te zorgen.  Dáár wil ik gerust nog eens heel hard voor aan de kar (c.q. de carnavalswagen) trekken.  Het lijkt mij nuttiger dan vijf dagen meehossen en dan weer 360 dagen wegkijken.

Nog veel jaren, Essense carnavalisten.  Ost mor veurt !

#Kijken

#Kijken

Ik kijk weinig televisie.  Als het er dan toch van komt, dan moeten de Vlaamse zenders ook nog eens concurreren met andere.  Zo betekent een tv-avond bij ons al eens The Voice of Masterchef op… Skai TV.  Toch ga ik het even hebben over een Vlaams tv-programma.  Met Janine Bischops.  Op, jawel, Ketnet.  Het programma heet #Like me, maar wie zich meteen al over de verengelsing opwindt, kan beter eerst even kijken.  Het lijkt me namelijk een godsgeschenk voor het Nederlands in het algemeen, en de Nederlandse muziek in het bijzonder.  Wie zijn eerste aflevering opent met een 45 jaar oud nummer van Gerard Cox, en daar niet alleen mee wegkomt, maar het lied doet schitteren, die verdient wel wat lof.  Het heropvissen van Take That nemen we er dan maar bij, want de reeks werkt net omdat de diversiteit van het Nederlandstalige muziekaanbod ten volle wordt benut.  En met enige choreografie ziet het er eigenlijk best flitsend uit.

De vzw Kobie haalt de cast begin juli naar Essen.  Ik kijk er al naar uit.

Vereenigt u

Vereenigt u

Op een gemeenteraad komen zelden ideologische kwesties aan bod.  Dat vinden sommige mede-raadsleden jammer, en ze zullen dan ook elke gelegenheid te baat grijpen om de vragen die op een hoger niveau wel spelen naar Essen te halen.  Ook als de band met de gemeentelijke bevoegdheden flinterdun is.  Toch spelen er op de achtergrond soms diepgewortelde visies, al laten die zich niet noodzakelijk altijd zo gemakkelijk vertalen naar de klassieke (partij)politieke breuklijnen.  Eén daarvan, die gisteren opdook en die de komende jaren nog wel eens een belangrijke rol zou kunnen spelen, is de visie op de rol van een gemeentebestuur t.a.v. het verenigingsleven in een gemeente als Essen.

Enerzijds kan je als principieel uitgangspunt hanteren dat verenigingen voor zichzelf moeten instaan.  Ze kunnen gebruik maken van de gemeentelijke dienstverlening, zoals elke burger, maar daar houdt het dan op.  Dit vertrekpunt komt in verschillende varianten voor, maar historisch de belangrijkste in onze contreien is de visie dat de verenigingen weliswaar belangrijk zijn en niet aan hun lot mogen worden overgelaten, maar dat de steun die ze nodig hebben vanuit “de zuil” moet komen*.  In de praktijk dus vooral de parochies, maar in Essen heeft er altijd ook een socialistische tegenhanger bestaan.  Voor wat er niet gebeurt, zijn er in deze visie drie mogelijke uitwegen.  Sommigen zullen vinden dat er uit het feit dat iets niet spontaan wordt georganiseerd, ook blijkt dat het niet nodig is.  Anderen gaan ervan uit dat het gemeentebestuur dan zelf het gat moet invullen, al dan niet door zelf vrijwilligers te zoeken, en onder eigen vlag (of pseudovlag) voor een socio-cultureel aanbod moet zorgen.  Een derde aanpak is om meer te “faciliteren”, bijvoorbeeld door ruimte te voorzien, materiaal ter beschikking te stellen…  en de verenigingen een kader te bieden, waarbinnen ze dan evenwel nog steeds hun eigen boontjes moeten doppen.

Anderzijds kan je principieel vinden dat het gemeentebestuur verenigingen zelf zo veel mogelijk moet ondersteunen.  Financieel, met ruime subsidies.  Praktisch, met een aanbod aan degelijke ruimte en goed materiaal dat flexibel kan wordt uitgeleend – of in sommige gevallen zelfs gewoon verkregen.  Inhoudelijk, door administratieve maar als het moet ook organisatorische beslommeringen over te nemen.  Ook deze visie bestaat in varianten, vooral omdat ze zonder nuances moeilijk haalbaar is : voor een vereniging die de eigen leefbaarheid niet heeft bewezen, die ook niet meteen een grote meerwaarde lijkt te hebben… is het moeilijk om het onderste uit de kast te halen.  Bovendien dreigt zou in dit soort aanpak soms de vrijheid, en daarmee de essentie van het vereniging-zijn, wel eens in gevaar kunnen komen.  En soms is een stukje “eigen verantwoordelijkheid” opnemen ook gewoon deel van het eigenlijke pedagogische project van de vereniging.

De eerste visie, de “handen in de zakken”-visie op de rol van het gemeentebestuur, beschouwt uiteindelijk de vereniging verantwoordelijk voor de eigen inkomsten.  Het is de visie van de tombola’s en de pannenkoekenslagen, of van een “voor wat hoort wat”-beleid dat tot papierophalingen of het wassen van verkeersborden heeft geleid.  De tweede visie, de “handen uit de mouwen”-visie gaat ervan uit dat de vereniging eigenlijk alleen moet doen waarvoor ze is opgericht.  Een voetbalvereniging moet voetballers trainen en wedstrijden spelen, een jeugdvereniging moet activiteiten en kampen organiseren voor kinderen en jongeren.  Een mosselfeest, waarbij trainers en jeugdleiders een dagje kok of ober moeten spelen, is in die visie het bewijs dat de steun onvoldoende is.  De eerste visie zal ook sterker de nadruk leggen op de gelijke behandeling van alle verenigingen (want dat kan nog uitgelegd worden als “een kader scheppen”) de tweede meer op maatwerk, aangepast aan de vereniging – daarbij het risico op enige jaloezie, die ook terecht kan zijn, op de koop toe nemend.

Beide visies komen niet zoveel in hun zuivere vorm voor, zoals ik ook al suggereerde.  Sommigen hanteren bovendien een verschillende visie op verschillende types verenigingen, wellicht samenhangend met de inschatting van hun relatieve maatschappelijk belang.  Maar het verschil in visie bestaat wel en hoewel ze ongetwijfeld ook door de politieke partijen heen loopt, is ze in de huidige Essense raad wellicht niet partijpolitiek neutraal, al was het maar omdat enkelen vrij duidelijk naar de ene of de andere positie lijken te hellen.  En dan is er natuurlijk de “ontzuiling”, vooral dus het terugtrekken van de parochies uit (dit deel van) het publieke domein die natuurlijk een kader schept, die ertoe leidt dat de aanhangers van de visie dat de gemeente hoogstens een kader moest creëren dat het vrij initiatief dan maar vooral via die zuilen moest aanvullen, onvermijdelijk hun visie aan de realiteit moeten toetsen.  Door ze op te schuiven in de richting van de tweede visie, of door consequent vast te stellen dat het vrij initiatief zich terugtrekt en dat te betreuren, maar verder te laten voor wat het is, of door er eigen gemeentelijk initiatief voor in de plaats te stellen.

Ik ben geen politicoloog, gelukkig maar, maar ik ben ervan overtuigd dat dit de discussie over Kobie, oud papier, de beveiliging bij fuiven, het Gildenhuis, de gemeenschapscentra, de turnhal… kan helpen begrijpen.  En voor wie eraan twijfelt : ik ben een overtuigd “handen uit de mouwen”-verdediger.  Al heel wat jaren.  Met nuances, want dat kan niet anders.  Maar toch.  Ik herinner me een discussie in 1994 met de toenmalige voorzitter van de CVP, zelf een groot “vereniger” trouwens, die eigenlijk hiertoe terug te brengen was – en ook toen al liep de breuklijn niet helemaal gelijk met de partijlijnen.

*Heel vaak was (en is misschien nog steeds) dit ook de visie van mensen die zich, al dan niet vanuit hun “zuil”, ontzettend hard voor hun vereniging(en) inzetten.  Ook al daarom wil ik hier in geen geval een waardeoordeel uitspreken.  

Dubbelslag

Dubbelslag

Dat stukje na de eerste volwaardige gemeenteraad is er niet meer van gekomen.  Gisteren stond alweer de tweede op het programma.  Net zoals bij de eerste stelde de formele agenda niet zo heel veel voor, al moesten we gisteren wel alle afgevaardigden in de intercommunales aanduiden.  Over dat kluwen van vreemde structuren heb ik het hier al gehad, smeekbede incluis.  Mijn gebeden werden echter vooralsnog niet gehoord.  Dus deden we onze plicht.  En blijf ik kaarsen branden voor Liesbeth Homans en haar eventuele opvolger(s).

Daarnaast waren de boeiendste discussies in de januari- en februariraden die bij de toegevoegde agendapunten en de rondvraag, zoals dat wel vaker het geval is.  Uit de vragen bleek alvast dat de raad niet van plan is om gedwee het schepencollege zijn gang te laten gaan, bij de extra voorstellen bleek dan weer dat het college het hele gamma van reacties beheerst.  Zo bleken ook de sterktes en de zwaktes van het schepencollege en de verschillende fracties, al is het natuurlijk nog kort dag.  De voorspelling dat ze aan onze fractie van tien geen gemakkelijke klus gaan hebben leek me daarbij alvast uit te komen.  We kunnen uiteraard op heel wat slakken zout leggen, met tien mensen met ook elk verschillende competenties en invalshoeken, als we dat willen.  En de eerste stemming eindigde 13-12, wat natuurlijk op zich ook een boodschap inhoudt.

En verder… hoewel het college zelf natuurlijk grotendeels op de opgebouwde routine verder kan draaien, is het me nog niet duidelijk of er ook meer cement is dan alleen “verder doen”.  Op een onbewaakt moment werd er gisteren naar het bestuursakoord verwezen, een document dat de Essenaar vooralsnog niet te zien kreeg.  En bij de bespreking van mijn eigen eerste voorstel van deze legislatuur kreeg ik even het vermoeden dat ik een breuklijn had ontwaard, al heb ik er dan vervolgens niet naar gehandeld.  Proberen een “bodem” te leggen voor een betere meerjarenplanning, en vooral voor meer inspraak daarin, was veel belangrijker.  Maar het vermoeden blijft.

To be continued…

Gequizt

Gequizt

De negende.  Neen, niet die van Beethoven.  Gisteren stond de negende quiz van N-VA/PLE op het programma.  Met Robin en mijzelf als opstellers en co-presentatoren.  En met vragen in alle mogelijke genres.  Hoe redelijk is het eigenlijk van ons om te verwachten dat mensen én deze Sin With Sebastian zouden kennen, en de Slag bij Bloedrivier ? Misschien was het hier of daar een tikje te moeilijk (kende er eigenlijk iemand de Glover Trophy ?), maar toch denken we dat we de aanwezigen een aangename quizavond hebben bezorgd – ook wel geholpen door onze chocoladeronde.  Met nauwelijks opmerkingen over de vraagstelling, de puntentelling of het verbeterwerk.  Al blijft het moeilijk om consequent te zijn : één letter ernaast zitten, bijvoorbeeld, levert je soms wel en soms geen punten op.  In een land met zoveel quizzen zouden daar toch duidelijke normen voor moeten bestaan, zou je denken.

Achter de schermen liep alles ook alweer perfect op rolletjes. Drank, soep en bitterballen werden fluks geleverd en geconsumeerd.  Jammer wel dat we geen goed doel vonden om een tombola tijdens de pauze aan uit te besteden; hopelijk kunnen we volgend jaar terug bij die traditie aanpikken.  Bij de lokale quiztoppers ontbrak alleen het team van De Voerman.  Die hadden de strijd mogelijk nog spannender kunnen maken.  Nochtans ging ESAK bij de pauze met vijf punten voorsprong aan de leiding.  Die voorsprong liep echter stelselmatig terug, en mijn teamgenoten (gisteren natuurlijk niet) moesten het uiteindelijk nog afleggen tegen De Galloways, en eindigden vervolgens ex aequo met Robins Noormannen.  Zo werd de overwinning dus uit Essense handen genomen, al is de gemeentelijke communicatieverantwoordelijke wel een fervent Galloway.  Hij hoefde zich dus niet Ideale Wereldwoordvoerdergewijs in bochten te wringen om het onverklaarbare uit te leggen, want een indrukwekkende eindspurt gaf iedereen het nakijken.  Met onze felicitaties.  En met veel dank aan iedereen die er gisteren wij was.

Volgend jaar onze tiende quiz.  Of we er iets bijzonders van maken, valt nog te bezien.  Maar dat we gaan proberen om er alweer een mooie quizavond van te maken, dat staat al vast.

 

Geld, gild en gegolden

Geld, gild en gegolden

Ik betrad het podium. Het stuk ? Iets met Robin Hood. De dierenversie. Veel meer herinner ik me niet meer. Ik moet een jaar of zeven acht zijn geweest. Van achter de coulissen betrad ik het toneel. Ik weet niet meer of het stuk gesproken werd, of alleen voorgelezen. Wellicht dat laatste. We waren kleine kinderen, Leeuwkes van KSA. En het was ouderavond. Dus moesten we het podium op. Welke rol ik speelde ? Ook al geen idee. Maar het theater, dat herinner ik me nog wel. De spanning achter de coulissen voor het moment dat we het trapje op mochten lopen en dan tussen de bruine doeken door voor het voetlicht zouden treden. Zodat het hele Gildenhuis ons zou kunnen zien.

Het Gildenhuis, cultuurtempel avant la lettre. Avant héél veel lettres. Toneel van toneel, maar ook van feesten allerhande, van vergaderingen en lezingen, van repetities. Ik herinner me van de tijd van de ouderavonden al dat we soms plaats moesten maken voor Hoger Streven, of voorzichtig tussen de accordeons moesten laveren. Hoe lang zouden die er hun thuisbasis al hebben ?

Het Gildenhuis gaat dicht. Ik had het vóór de verkiezingen voorspeld, maar dat het zo snel zou gaan had ik ook niet verwacht. Het is nochtans een bouwwerk voor de eeuwigheid, zoals dat in die tijd werd gezet, maar zeker van binnen versleten. De verenigingen vinden de weg nog, maar het grote geld stroomt er niet meer binnen (deed het dat destijds eigenlijk wel ?), en met parochiefeesten of de omhaling in een ook al leeglopende kerk wordt de put niet meer gedicht. Het wordt verkocht. Begrijpelijk, als je de penningmeester van de parochie bent. Maar eigenlijk is het niet verkoopbaar. Het is, hoe je het ook draait of keert, gezet met gemeenschapsgeld. Van toen de parochie nog de gemeenschap was. We hebben er allemaal aan meebetaald, we hebben het allemaal mee draaiend gehouden. Eigenlijk is het gemeenschapsbezit. En het heeft ook een gemeenschapsfunctie. Minder dan vroeger. Maar toch, Hoger Streven zit er dus nog steeds.

En ja, dat is dus een gemeenschapstaak, voor ruimte voor verenigingen zorgen. Het beste bewijs is dat ze al jaren in lokalen van die gemeenschap zitten. We hebben daar terecht met een persbericht aan herinnerd. En nogmaals het gebouw dat vandaag met gemeenschapsgeld wordt gerestaureerd, de goederenloods aan Hemelrijk, ook voor de gemeenschap geclaimd. En neen, zeggen dat we binnen enkele jaren wel een ander gebouw zullen neerzetten, dat is géén acceptabel antwoord. Zeker niet als we daarvoor eerst een ander gemeenschapsgebouw zouden moeten kopen van een andere parochie. Godbetert !

Maar dat is politiek. En na de politieke discussie blijft alleen de nostalgie. Naar bakker Arnold op de hoek, waar de schooldag eigenlijk begon. Of de repetitie voor de ouderavond. Naar de Broedersschool. En binnenkort naar het Gildenhuis.

Het doek gaat open. Tergend langzaam, het zal toch niet vastzitten. Maar neen, geduld. Boven draait iemand aan de volgspot. De voetlichten worden rood, geel of blauw. Of allemaal tegelijk. Moest die tafel eigenlijk niet ginder staan ? En dat kindje dáár ? Te laat. Het publiek houdt de adem al in. Dachten we. En we speelden alsof het Gildenhuis de Singel was. Met een souffleursbak dan, waar altijd wel iemand in moest vallen. Wie weet wie wordt er bij de afbraak nog teruggevonden…

De hakken in het zand

De hakken in het zand

En toen bleek deze site plots… gehackt ! Ik had al enkele dagen door dat er iets mis was.  Maar toen wees Jokke er in de marge van de gemeenteraad op dat zij bij een poging tot een bezoekje werd doorverwezen naar reclame voor ruitvormige blauwe pilletjes.  En dat bleek dus te kloppen.  De zoektocht naar de oorzaak en de oplossing bracht me van de regen in de drop (dat hoort bij deze tijd van het jaar), zodat twee dagen lang zowat alle sites waarvoor ik medeverantwoordelijk ben offline waren of maar gedeeltelijk functioneerden.  Maar ik denk dat ik het nu weer helemaal heb opgelost.  Al moet ik uiteraard wel op zoek naar maatregelen om preventief nieuwe problemen te voorkomen.  Wie houdt zich eigenlijk met dat soort ongein bezig ?

Met de tijd die ik eraan verprutst heb, heb ik ook nog niets over de eerste “echte” gemeenteraad kunnen schrijven.  Ik probeer het nog goed te maken.