Zwitsere klok

Zwitsere klok

Wat hebben 40 staats- en regeringsleiders -waaronder Macron, Merkel, May en koning Filip, VN-secretaris-generaal Guttieres en ikzelf gemeen ? Wel, de voorbije twee weken namen we deel aan de “International Labour Conference” van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO of ILO)  in Genève.  Vorig jaar was ik daar ook al, en mijn ervaring van toen was hier toen ook te lezen.  Deze keer mocht ik niet op het spreekgestoelte (in tegenstelling tot de al genoemde VIPs) maar had ik een andere rol als vertegenwoordiger op de regeringsbanken in het comité dat belast was met het opstellen van de plechtige “Verklaring” ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de IAO.  Die verklaring beslaat acht bladzijden.  Ik heb daarover ongeveer 108 uren vergaderd (de laatste 5 vergaderuren heb ik gemist, wegens het koninklijk bezoek), met 1 werkdag van 8 tot 21u, 3 van 8 tot 22u (zaterdag inbegrepen), 2 van 8 tot middernacht, en eentje van 8 tot 1 uur ’s morgens.  Telkens met anderhalf uur pauze.  De andere dagen hadden een wat rustiger ritme.

Het uurschema deed me zowaar terugdenken aan wat we vroeger als leider op kamp deden, al waren de spelletjes en tochten dan vervangen door eindeloze reeksen amendementen en verklaringen.  Maar goed, de toekomst van het werk stond dan ook op het spel ! De verklaring had van mij ambitieuzer gemogen, en het taalgebruik wat helderder.  De procedure was daar niet helemaal op ingesteld, zodat het bloed, zweet en tranen heeft gekost om tot een overeenstemming te komen.  Het is dan ook niet evident om een tekst te schrijven die aanvaard kan worden door de overheden, én door de werkgeversorganisaties en vakbonden van 186 landen.  Zelf heb ik vooral bijgedragen als “WhatsAppfluisteraar” van  het EU-team (een rol die in internationale onderhandelingen nog niet zo lang bestaat, vermoed ik, maar die inhoudt dat ik onze woordvoerster de inbreng influisterde die de anderen deden via WhatsApp, en die ik probeerde samen te vatten of operationeel te maken) en af en toe als verbindingspersoon naar vertegenwoordigers van landen als daar zijn Mali, Cuba en Brazilië.  Daarnaast heb ik vooral geprobeerd om mijn ervaring vanuit andere internationale fora in te brengen.  Ik heb zelden zo hard gewerkt, moet ik zeggen – in uren uitgedrukt dan toch.  Maar boeiend was het wel.  En zo’n eeuwfeest, het heeft wel iets, moet ik zeggen.

Belangrijker dan onze verklaring was overigens de goedkeuring van een formele “conventie” over geweld en intimidatie op het werk.  Ik hoop en vrees tegelijk dat die veel meer een écht verschil zal maken dan onze verklaring…

U heeft goed gekozen

U heeft goed gekozen

Mijn vorige stukje ging over de verkiezingen, maar ik schreef het vooraleer de uitslag daarvan bekend was. Wat de Essense kandidaten betreft kan ik kort zijn : Dirk won de race en de anderen stonden niet op de foto. Maar dichter bij een vertegenwoordiger in Brussel zijn we dus niet gekomen. De verkiezingen gingen dan ook niet echt daarover. Waarover ze wel gingen, daar kan je over discussiëren. Vast staat dat het Vlaams Belang en de PVDA de verkiezingen in Vlaanderen wonnen, en Groen ook een beetje. Dat is dan in landen waar de verkiezingen „winnen” wordt gedefinieerd als „sterk vooruitgaan” en niet als „de grootste partij worden”. In dat laatste geval zou de N-VA de overtuigende winnaar zijn.

Ik ga het in dit stukje verder niet over de PVDA hebben. Dat houden ze van mij te goed, want ik vind hun opkomst wel interessant. Ik wil het wel in de eerste plaats hebben over de terugkeer van het VB. Tien jaar geleden schreef ik hier dat het de historische verdienste van Bart De Wever was dat hij de Leeuwenvlag uit de handen van het VB had gerukt. Vijf jaar geleden maakte hij het werk zo goed als af : het VB werd bijna van de kaart geveegd. Het was irrelevant geworden. En niet door de standpunten ervan over te nemen, wel door de irrelevantie aan te tonen en de bekommernissen van zijn kiezers op een andere manier te kanaliseren.

Hoe is het VB dan teruggekomen ? Het zou onverstandig zijn om te ontkennen dat voorzitter Tom Van Grieken met slechte kaarten zeer goed gespeeld heeft. Maar er is meer aan de hand. Vanuit twee politieke hoeken is het VB terug gelegitimeerd, terug relevant gemaakt. Twee tegengestelde hoeken dan nog : door de felste tegenstanders van N-VA en door de N-VA zelf. Vanaf het moment dat N-VA in de regering stapte, hebben een aantal krachten op links (vooral de PS en Ecolo) het niet kunnen laten om de N-VA gewoon gelijk te stellen met het VB. Het „geluid van bottines” dat de regering was binnengekomen, de cartoons van Theo Francken als nazi… Ook in Vlaanderen kon men het soms niet laten. En het zogenaamde „fascisme” van de N-VA werd erg breed gedefinieerd : het ging over het vreemdelingenbeleid, maar soms werden ook gewoon rechtsere sociaal-economische standpunten (tussen haakjes : het soort standpunten dat pakweg in Scandinavië door linkse partijen wordt gehanteerd) gebruikt om aan te tonen dat de N-VA een asociale (à la bonheur) en dús niet-democratische partij was waarmee net zoals met het VB niet kon worden samengewerkt. De (Vlaamse) kiezer begreep dat VB en N-VA eigenlijk even aanvaardbaar of onaanvaardbaar waren. En zoals de N-VA ooit de aanvaardbaarheid van CD&V „meenam” uit het kartel, kreeg het VB plots de aanvaardbaarheid van uitstekende ministers als Jambon of Bourgeois cadeau. Geen onderscheid maken tussen politieke tegenstanders, wanneer dat wel hoort, helpt uiteindelijk de meest extremen onder hen. Ook rechts bezondigt er zich wel eens aan : de partijprogramma’s van Groen en PVDA zijn echt niet zomaar allebei „communistisch”. In dit geval is het VB er dankbaar voor.

Ook de N-VA zelf heeft bijgedragen tot de terugkeer van het VB. In de eerste plaats door het debat naar het thema van het VB, migratie, toe te trekken. Uit de regering stappen omwille van Marrakech nam meteen ook het andere grote argument weg : een stem op N-VA is nuttig, want leidt tot N-VA-bestuurders, terwijl een stem op het VB dat niet doet. Maar de uitstap werd door N-VA zelf uitgelegd alsof de N-VA-bestuurders uiteindelijk ook „buitengewerkt” worden. Vice-premier Jambon en staatssecretaris Francken zouden volgens mij de kiezer veel meer bij het VB hebben weggehouden dan de burgemeester van Brasschaat en Lubbeek. Tenslotte heeft de N-VA verzuimd om de scheidingslijn met het VB, die inhoudelijk en principieel een dikke streep is en blijft, te benadrukken en helder te maken waar de grens ligt. In stijl en communicatie was het verschil soms duidelijk te klein. En ook dat legitimeerde verder het VB. Dat dus echt wel definitief van de kaart geveegd had kunnen zijn.

Jammer, maar helaas. De wederkeer van het VB roept meteen ook de vraag naar het cordon sanitaire op. Ter herinnering : dat cordon is de afspraak die de andere partijen 28 jaar geleden maakten dat er geen politieke afspraken (zoals coalities) konden worden gemaakt met het Vlaams Blok. Niet meer, niet minder – ook dat verdient te worden benadrukt, want het is in de loop der jaren zowel door het VB als de tegenstanders anders geïnterpreteerd en uitgelegd.  Ik heb hier al vaak gezegd dat het cordon legitiem en niet anti-democratisch is : je mag afspreken met wie je wel en niet wil besturen.  Anders zou elke coalitievorming onmogelijk zijn.  Maar je kan moeilijk ontkennen dat de onderbouwing van die afspraak om het VB erga omnes uit te sluiten drie decennia later niet meer zo helder overkomt. Het cordon is namelijk als tautologie gedefinieerd : er kon niet worden samengewerkt met partijen met een programma zoals dat van het Vlaams Blok – ergo, er kon dus niet worden samengewerkt met het Vlaams Blok. Toen was het „waarom” daarvan vrij duidelijk, maar in de loop der jaren is de onderbouwing van het cordon vaak op verschillende manieren uitgelegd. Waar oorspronkelijk het racisme in het programma en de retoriek van het VB de verantwoording voor het cordon vormden, hoort volgens sommigen het VB achter dat cordon omdat het pleit voor een onafhankelijk Vlaanderen, of op basis van sommige „neo-liberale” standpunten, pakweg over de rol van de vakbonden. Je kan daar voor of tegen zijn, en dat voor of tegen hard verdedigen.  Je kan op basis daarvan beslissen al dan niet met een partij samen te werken ook.  Ze vormen echter geen grond voor een principiële uitsluiting door alle andere partijen.

Wat doet dat wel ? Dat is een discussie waard. Het uitgangspunt daarvan moet de liberale democratie zelf zijn. Mensen discrimineren op basis van ras, geloof, vermogen… kan niet. Aanzetten tot haat en geweld ook niet. De persvrijheid, godsdienstvrijheid, … in vraag stellen mag niet. Het recht van mensen om hun eigen bestuurders te kiezen betwijfelen, dat past per definitie niet in een democratie. En dus openlijk regimes goedkeuren die al die dingen doen hoort niet. Standpunten ondersteunen en verspreiden (bijvoorbeeld op sociale media) die dit soort zaken onderschrijven ook niet. Dat lijkt mij een goed begin voor een lijstje. Zo’n opnieuw gedefinieerd „cordon”, een gedragscode waarbij partijen elkaars legitimiteit voorwaardelijk erkennen eigenlijk, zou zinvol zijn. Het zou grenzen in alle richtingen trekken : het regime in Venezuela steunen of voor geweld tegen „de rijken” pleiten zou ook over de grens gaan. Maar ik vrees dat de discussie er niet komt, en dat het cordon het met zijn tautologische definitie moet blijven doen. En dan kan je er moeilijk omheen dat het VB van vandaag niet meer het VB van Zwarte Zondag in 1991 is. Wel nog een partij waarmee ik niet samen zouden willen of kunnen besturen, trouwens. En die voor mij ook in zijn huidige vorm onder een hergedefinieerd cordon zou vallen. Maar dan wel zou weten waar de grens ligt, wat nu eigenlijk niet het geval is.  Wat het ook te gemakkelijk maakt om het tegen anderen uit te spelen.

Een andere les die uit de verkiezingsuitslag moet worden getrokken is dat coalitiepartijen die elkaar als tegenstander zien uiteindelijk allemaal verliezen. De pogingen van N-VA, Open Vld en CD&V om de voorbije jaren voortdurend elkaar vliegen af te vangen en de zwarte piet door te schuiven hebben hen elkaar uiteindelijk allemaal stemmen gekost. Wat niet verrassend is : een voorgenomen regeringsmaatregel pakweg „asociaal” of „onverantwoord” noemen, klinkt nu eenmaal veel geloofwaardiger als die uitspraak van binnenin de regering komt ! Ik vind het vreemd dat politici dat meestal wel inzien op lokaal niveau (coalities hebben de neiging elkaar te sparen of zelfs openlijk voor elkaar op te komen), maar op nationaal niveau niet. Een andere aanpak, een andere mentaliteit en cultuur op dit punt, zou de geloofwaardigheid van de politiek heel veel goed doen, denk ik. En zo ook extremen tegen houden.

Ik wil tenslotte nog iets over Groen zeggen. Dat die partij in deze omstandigheden niet sterker is gegroeid, moet ook intern veel vragen oproepen. In onze buurlanden zijn de groenen bij de Europese verkiezingen voorbij de sociaal-democraten gegaan, maar bij ons is dat niet gelukt – en dat ligt nu niet meteen aan het „succes” van de sp.a. Wel aan een gebrek aan professionaliteit en aan de weigering om afscheid te nemen van dogma’s (het verzet tegen GGO’s bijvoorbeeld). Daar komt de neiging bij om centrumkiezers af te stoten door sociaal-economisch linkser dan links te willen zijn (de belasting op de wijn in de kelder) in plaats van te beseffen dat er een groot draagvlak voor een beter milieubeleid zit bij sociaal-economische centrumkiezers. Op dat punt zou de opgang van de PVDA een zegen kunnen zijn voor Groen, en de partij zoals de Nederlandse collega’s wat meer in de sociaal-liberale richting kunnen duwen. Wie het klimaat alleen wil redden als tegelijk de pensioenleeftijd omlaag en de belastingen omhoog gaan, die kan namelijk bij Peter Mertens terecht. Maar wie de CO2-uitstoot drastisch naar beneden wil, de begroting in evenwicht, de werkgelegenheid omhoog en de belastingdruk omlaag wil, die stond op zondag niet meteen voor een gemakkelijke keuze !

De regeringsvorming dan.  Als we niet met de plaag van samenvallende verkiezingen opgezadeld zouden zijn, dan zouden de Vlaamse, Waalse en Brusselse regeringsvormingen wellicht al in de juiste plooi hebben gelegen (zoals de regeringsvorming bij de Duitstaligen, trouwens).  In Vlaanderen zou het meest logische zijn om de huidige meerderheid van N-VA, CD&V en Open Vld verder te zetten, en in Wallonië lijkt het erg logisch dat PS en Ecolo elkaar zouden vinden.  Maar de federale regeringsvorming hangt er als een schaduw boven.  Hoe die zou moeten aflopen, zie ik helemaal niet.  Ik hoop wel dat, nu bijna een week later, de hoofdrolspelers een plan in hun hoofd hebben, een visie over waar ze binnen enkele maanden willen staan.  Niemand zit te wachten op een nieuwe maandenlange regeringscrisis waarbij partijen elkaar alleen “I can’t live with or without you” kunnen vertellen.  Zolang de federale overheid bestaat is er echt wel een efficiënt bestuur voor nodig, en wie ze wil ontmantelen doet er goed aan ook dáár een efficiënt plan voor uit te werken.

Essen-Brussel

Essen-Brussel

Ik ben vandaag naar de stembus getrokken, zoals miljoenen andere Europeanen.  Hier is het bovendien ook nog eens verplicht.  Bij het binnenkomen van de Heuvelhal bekroop me een kortstondig stressgevoel : de herinnering aan 14 oktober vorig jaar.  Maar ik realiseerde me al snel dat er vandaag voor mij persoonlijk heel wat minder op het spel staat.  De kans dat ik in de coalitie-onderhandelingen na déze verkiezingen beland is bijvoorbeeld erg klein.  Als we allemaal samen even eerlijk zijn, moeten we bovendien toegeven dat er voor niemand in de Essense politiek heel veel op het spel staat vandaag.  Met alle respect voor Dirk, Steff, Brigitte en Emma, maar echt prominente -laat staan verkiesbare- plaatsen op de verschillende lijsten nemen ze niet in.  Wellicht komt de derde opvolgersplaats van Emma Lambregts bij de sp.a potentieel nog het dichtst bij een zitje, afhankelijk van het coalitiespel.  Het zou haar gegund zijn, maar ik zie het niet gebeuren.  En het electorale mirakel dat Dirk nodig zou hebben gun ik hem nog meer, natuurlijk.  Maar ook de kansen daarop schat ik niet zo groot in.

Het is ondertussen alweer enkele verkiezingen geleden dat Essen naar de stembus trok in de zekerheid dat er ’s avonds opnieuw een Essenaar op de banken van één van de parlementen zou belanden.  Nochtans leeft de politiek in Essen.  In de gemeenteraad zie ik ook verschillende mensen op de gele, oranje en rode banken die goede parlementsleden zouden kunnen zijn.  Ik heb liever dat ze het bij de Essense politiek houden, en ben ook tegen de cumul tussen een schepencollege en een parlement, maar dat doet geen afbreuk aan de vaststelling.  De redenen ervoor hangen ongetwijfeld samen met persoonlijke keuzes, ze zijn wellicht niet eenduidig en verschillen ook tussen de partijen.  De ene partij versterkt anderzijds wel ook de andere hierin, want als er geen prominente kandidaten zijn, voelen de andere partijen ook minder de nood aan een prominente tegenkandidaat.

Of het uiteindelijk goed of slecht is voor Essen ? Dat weet ik niet.  Ik zie niet graag dat de lokale politiek in de schaduw staat van de nationale, en op dat punt is het wellicht beter dat er niemand zich al te veel geroepen voelt om het Brusselse beleid te verdedigen – of net niet.  Anderzijds is het voor een gemeente aan de rand van Vlaanderen nu ook weer niet zo slecht om een “vaste verbinding met Brussel” te hebben, zoals het laatste Essense parlementslid het op zijn affiches had staan.  Misschien iets om ooit eens zeer “off the record” over na te denken over de partijgrenzen heen.

Ondertussen kunnen we in Essen wellicht iets meer ontspannen, maar even zeer geboeid, de uitslagen afwachten…

Pennen neer

Pennen neer

Examens.  Het gebeurt minder en minder, maar af en toe droom ik toch dat ik terug aan de universiteit zit en één of ander examen moet afleggen.  Zoals dat in dromen gaat, blijkt de voorbereiding dan steevast verre van optimaal, en verloopt verder ook alles niet volledig volgens de geldende reglementen en gebruiken, het weze deze van de jaren 1990 of die van vandaag.  Maar er is hoop : de kwaliteit en het realiteitsgehalte van de nachtelijke ondervragingen kan mogelijk positief worden beïnvloed door het feit dat ik deze week, net zoals vorig jaar, nog eens een echt examen heb afgelegd.  Met name het officiële examen Grieks van het daarvoor bevoegde Griekse ministerie.  Dat ik gelukkig wel gewoon in Brussel kon afleggen.  Schriftelijk van 12u30 tot 16u20, en daarna nog eens twintig minuten mondeling examen.

Het vergt enige motivatie om dat vrijwillig te ondergaan, zonder daar enige financiële of andere rechtstreekse baat van te verwachten.  De papieren en de registratie van het gesprek zijn ondertussen onderweg naar Griekenland, vanwaaruit het resultaat mij in de loop van de maand juli zal bereiken.  Ik kan er alleen maar het beste van hopen.  Dat geldt met name voor het spellen van de “i”-klank, die in het Griekse kan worden geschreven als ι, η, υ, οι of ει, en waarvoor de regels nauwelijks volstaan.  Op werkwoorduitgangen en dergelijke na is de enige min of meer betrouwbare methode om na te gaan hoe het woord in het Nederlands, Frans of Engels is overgenomen : met een i, een e, een y, met oi of ei.  Daarnaast is het een geval van onthouden.  Of gokken.  Gelukkig heb ik al gemerkt dat die laatste methode ook als eens door leerkrachten Grieks wordt toegepast, zodat ik toch op enige clementie durf te rekenen…

Ik heb de voorbije weken redelijk veel tijd in de voorbereiding van het examen gestoken, want anders is het natuurlijk helemaal een zinloze marteling.  Dat verklaart bijvoorbeeld dat er hier niet even niets is verschenen.  De moeite die het me heeft gekost heeft me er nogmaals van overtuigd dat een taal leren niet zo gemakkelijk is, en dat begrip dient te worden opgebracht voor wie met het Nederlands worstelt.  Maar overschakelen naar het Engels (of het Frans) als je in het Nederlands wordt aangesproken helpt wie onze taal wil leren niet vooruit, net zomin als de taxichauffeur in Athene er mij een plezier mee doet.

Anderzijds kan het dus wel, een taal leren.  Van de leestest ben ik vrij zeker, zodat ik samen met de resultaten van het examen dat ik vorig jaar aflegde officieel het niveau in het Grieks haal dat in dit land van topambtenaren in tweetalige administraties wordt verwacht.  Ik mocht al officieel Franstaligen evalueren, en (mits een kleine aanpassing van de Grondwet) zou dat dus nu ook met Griekstaligen mogen doen.  Als dat doenbaar is in een taal waarmee ik op school nooit in contact ben gekomen, en tot voor kort ook niet dagelijks gebruikte, dan moet het eerlijk gezegd toch ook doenbaar zijn om de andere landstaal op een aanvaardbaar niveau te spreken.  De klachten over de “plotse” toepassing van een al langer bestaande wet door ex-minister van ambtenarenzaken Vandeput kunnen alvast bij mij niet op zo heel veel begrip rekenen.

En ikzelf ? Ik ga vooralsnog niet stoppen met taallessen.  Naast het feit dat het gewoon handig is om de taal van mijn schoonfamilie en van het prachtige land waar ze wonen te spreken, is het ook een intellectuele uitdaging die me vooralsnog blijft boeien.

Ko(ot) of Bie ? Kobie !

Ko(ot) of Bie ? Kobie !

De gemeenteraad van gisteren was er één op het scherp van de snee.  Dat was voorspelbaar, want er stonden enkele hete hangijzers op de agenda.  Toch werd het nooit persoonlijk, en bleef er ook na de wat pittiger agendapunten ruimte om vervolgens over andere zaken een consensus te vinden.

Dat de pogingen om onze bedenkingen bij de structuur “vzw Kobie” gingen gebruikt worden om te proberen te laten uitschijnen dat we tegen de activiteiten van die vzw of -erger- tegen hen werk van de vrijwilligers binnen die vzw zouden zijn, was voorspelbaar, maar CD&V en sp.a hadden samen duidelijk beslist om nog eens het onderste uit de kast te halen om ons mordicus als “Tegenpartij” neer te zetten.  Dat Kobie als vzw gemakkelijker bepaalde optredens kan vastleggen dan het geval zou zijn als gemeente, zal wel kloppen.  Hoe dit verantwoordt om grote stukken cultureel beleid zomaar aan de normale procedures van het gemeentebestuur te onttrekken -zoals grote contracten tekenen zonder dat er ooit iemand een budget voor had voorzien- blijft me ontgaan.  Dat is immers het kernprobleem : een budget binnen een vzw is niet bindend voor de raad van bestuur of het dagelijks bestuur, en dus is de “controle” die de gemeenteraad erop zou hebben een lachertje.  Als CD&V en sp.a ernstig nemen wat ze gisteren stelden, dan voeren we daar binnen de vzw via een huishoudelijk reglement een limiet op in (pakweg : er mag hoogstens 10% van de goedgekeurde begroting afgeweken worden, anders is een formele begrotingswijziging in de algemene vergadering nodig).  Neem daarnaast het engagement ernstig om meer sámen met in plaats van náást de verenigingen te werken, en het komt nog goed met Kobie.

Over die verenigingen ging het ook bij de discussie over de bestemming van de goederenloods aan Hemelrijk.  Dat de raad hierover eigenlijk voor de eerste keer sinds de aankoop van die loods meer dan tien jaar debatteerde, zegt heel veel.  Meer nog dan Kobie werd in de voorbije jaren het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) gebruikt voor een parallelle besluitvorming.  Dat daaraan gisteren een einde is gekomen door de voltallige gemeenteraad tot raad van bestuur van het AGB uit te roepen, is op dat vlak alvast een grote stap vooruit.  Maar de discussie over de loods is niet afgelopen.  We weten nu enkel dat een (krappe) meerderheid niet onvoorwaardelijk kiest voor een verenigingsfunctie voor de hal.  Maar ooit is er een positief besluit nodig.  Het recht van de gemeenteraad om hierover te beslissen, in elke richting die ze wil, werd gisteren alvast door niemand in vraag gesteld.  Ik heb de hoop uitgesproken dat de beslissing een groter draagvlak zou krijgen dan 13 van de 25 raadsleden.  Dat is misschien naïef.  Ik zou eigenlijk al blij zijn als de keuze die wordt gemaakt écht gedragen wordt door een meerderheid van de raadsleden, los van fractiediscipline.  Ik vrees dat die wens van nog meer naïviteit getuigt, maar ik word graag blij verrast.

Kiespijn

Kiespijn

26 mei wordt een slechte dag voor onze democratie.  Dat weet ik nu al.  Er zijn die dag namelijk Euvladerale verkiezingen.  Maar er is helemaal geen Euvladeraal parlement.  Toch wordt tussen politici en in de media een druk Euvladeraal debat gevoerd, en gaan heel wat kiezers wellicht volgens hun Euvladerale voorkeur stemmen.  Drie keer geel, drie keer groen of drie keer oranje, en daarmee is de kous af.  Wie die samenvallende verkiezingen heeft bedacht, moet alsnog aan de schandpaal worden genageld.

Er worden meestal twee drogredenen aangehaald voor dit misbaksel.  In de eerste plaats zou het eenvoudiger zijn om “symmetrische meerderheden” te maken en om dan tussen verschillende regeringen samen te werken.  Wel, dát is een succes gebleken : de voorbije jaren zat zowat elke partij wel ergens in een regering, maar samenwerking is er niet van gekomen.  In een volwassen democratie wordt er overigens wel samengewerkt tussen beleidsniveaus, los van politieke meerderheden.  Zie de EU, maar ook de VS en zelfs het Verenigd Koninkrijk.  Tot daar drogreden één.  De tweede is nog erger : de kiezer gaat niet graag zo dikwijls stemmen.  En daarom laten we hem of haar stemmen voor een “brij” van bevoegdheden en personen.  Bij de sp.a trekken Caroline Gennez en Yasmine Kherbache de lijsten in de kieskring Antwerpen.  Weet u zonder spieken wie de Vlaamse lijst trekt en wie de federale ? Zo ja, dan bent u wellicht sp.a-lid en doet u de oefening best over met een andere partij.  Dat is geen verwijt aan beide dames, uiteraard.  Maar hoe kunnen we verwachten dat de kiezers een vaag idee hebben over welk niveau wat doet als we de verkiezingen maar “voor hun gemak” laten samenvallen ? Hoe kunnen we verwachten dat ze bijvoorbeeld een oordeel kunnen vellen over het beleid van de ministers van milieu als partijen niet eens de moeite doen om uit te leggen wat die ministers op het ene niveau doen en wat op het andere ? Hoe kan je je een oordeel vellen over confederalisme of herfederalisering als alle bevoegdheden sowieso als “homogeen” aan de kiezer worden voorgesteld ? Gaat de kiezer niet graag stemmen ? OK, schaf de stemplicht dan af.  Of maak het voor mijn part één keer op twee verplicht om te gaan stemmen.  Maar denk toch niet dat het zal helpen om de inzet van de verkiezingen zélf tot een onontwarbaar kluwen te herleiden.

De echte reden van die samenvallende verkiezingen is natuurlijk de controledrang van de partijhoofdkwartieren, die politiek personeel zo flexibel mogelijk willen kunnen inzetten.  Na 26 mei is er geen haan die ernaar zal kraaien als Gennez of Kherbache minister worden op het andere niveau dan ze verkozen zijn (want wie weet dat dan nog) of als er een Europese lijsttrekker alsnog op een ministerzetel belandt.

De slachtoffers hiervan ? De gemeenteraadsverkiezingen, want door samen te vallen met de provincieraadsverkiezingen (die wegens de overbodigheid van de provincieraden een soort nationale opiniepeiling zijn) wordt het gemeentelijke partijlandschap onnodig in een nationaal keurslijf geduwd.  Maar een veel groter slachtoffer zijn natuurlijk de Europese verkiezingen.  Ik weet ook wel dat het iets te idealistisch is om te denken dat de kiezer zich bij de keuze voor die verkiezingen eerder laat leiden door de verschillen tussen de EPP, S&D, ALDE, ECR en Groen/EVA, zoals de de fracties in het Europees Parlement heten, dan die tussen CD&V, sp.a, Open Vld, N-VA en Groen.  Maar met afzonderlijke Europese verkiezingen zou het tenminste -afzonderlijk- over de thema’s gaan die in het Europees Parlement aan bod komen.  En zou er misschien enige kans zijn dat de Vlaamse kiezer uitgelegd zou krijgen dat de verkiezingen ook tussen onder meer Manfred Weber, Frans Timmermans en Margarete Vestager gaan.  Dat dat nu niet lukt ligt, toegegeven, ook een beetje aan de EU zelf : het voorstel om naast de nationale ook pan-Europese lijsten in te voeren, vooral gesteund door de Franse president Macron, haalde het niet (binnen vijf jaar lijkt het me bijna onvermijdelijk – hopelijk wordt de tussentijd gebruikt om het juist vorm te geven).  Maar nu is het natuurlijk wel heel erg.

Samenvallende verkiezingen… ze zouden bij wet verboden moeten worden.  Minstens zes maanden tussentijd.  Nu zal ik dan maar proberen om de “klik” te maken in de tussentijd die de stemcomputer zal voorzien.  Hopelijk is het niet de allernieuwste versie…

It bêste lân fan d’ierde

It bêste lân fan d’ierde

Ik was één keer eerder in Fryslân, zoals Friesland (uiteraard terecht) officieel heet.  In Heerenveen, in januari 2013.  Ik wilde er al lang graag terug naartoe.  We hadden een weekend weg in gedachten, maar om een vliegtuig te boeken waren we te laat – ik zou natuurlijk ook klimaatredenen kunnen aanhalen, maar eerlijkheid duurt het langst.  Dus bood de trein naar Leeuwarden een uitweg.  Het weer zat ontzettend mee – het gebeurt wellicht niet zo vaak dat je vanuit Leeuwarden naar Athene foto’s kunt sturen met als doel om ze in Griekenland jaloers te maken op de zon ! Een dagje Leeuwarden (Ljouwert in het Fries, dat je er zo goed als niet hoort), daarna een dagje Sneek (Snits in het Fries, en daar hoor je het al meer) en een dagje Vlieland (waar eigenlijk nooit Fries gesproken werd).

Leeuwarden bleek een levendige stad, tot je je enkele meters buiten het centrum waagt of ’s morgens een beetje vroeger opstaat : op Paaszaterdag rond half acht loopt er in het midden van de stad geen ziel rond.  De Oldehovetoren kende ik niet, maar hij heeft een interessant verhaal dat binnenin ook erg mooi in beeld wordt gebracht.  En hij biedt een mooi uitzicht, bijvoorbeeld op de kanalen en parken in de stad.  De toren staat scheef (10°), wegens op de verkeerde ondergrond gebouwd.  Hij raakte nooit afgewerkt : de toren moest groter worden dan die van Groningen, maar dat bleek te hoog gegrepen (scheef bouwen zal ook wel niet geholpen hebben).  En bij de toren hoorde een kerk, maar die stortte in.  Het zou in de 16e eeuw prettig oppositie voeren zijn geweest in de Leeuwardse gemeenteraad : élke maand een vraagje over de toren…

De treinreis naar Sneek gaf ons de kans om het prachtige vlakke Friese landschap met de talloze kanalen en grazende koeien te bewonderen.  Het stadje zelf is klein, gezellig, erg geschikt om tussen de winkels te flaneren en om de mooie Waterpoort te bewonderen.  Vlieland tenslotte is een schitterend eiland om langs de kust te wandelen, te fietsen, de vogels en de natuur te beworden en om aan het stand te verpozen.  Ik postte hier enige tijd geleden een foto van een Gallowayrund, maar ik moet toegeven dat een mannelijk exemplaar dat niet achter een draadafsluiting zit je toch enigszins sneller doet fietsen – om dan nadien de zoomfunctie van de camera aan te wenden om alsnog de obligate foto’s te maken.  Ook aan de Waddenzee was ik niet eerder, en die zee die er op veel plaatsen helemaal geen is en waar mensen dan zomaar uit de boot kunnen stappen vond ik ook de moeite waard.  Al bij al een ideale trip om net voor Pasen uit te waaien en energie op te doen.  Ik verlang alvast naar meer Fryslân !

Culinair werd overigens mijn indruk uit 2013 wel bevestigd : ze hebben het niet.

Paleisje

Paleisje

Toen ik hier in 2017 schreef dat ik met mijn bezoek aan dat land het lijstje van de 28 EU-Lidstaten volmaakte, schreef ik erbij dat ik eigenlijk nog eens opnieuw naar Roemenië zou moeten, omdat ik dat land had bezocht vóór het tot de EU toetrad.  Dat was in 2001.  Nu is Roemenië EU-voorzitter, en dus ben ik er de voorbije twee weken ook twee keer naartoe gereisd.  Eén keer vanuit Parijs, de tweede keer gewoon vanuit Brussel.  Met telkens een aankomst in het hotel om 2u ’s nachts, anderhalve dag vergadering en dan terug naar huis.  Niet meteen een erg ontspannende manier van reizen.  Ik heb ook niet de gelegenheid gekregen om veel te zien, moet ik zeggen.  Even door de straten wandelen zat er niet in.  Het presidentieel paleis, of eigenlijk het stuk ervan dat de voormalige residentie is van de Roemeense koningen, hebben we bezocht.  En het officiële diner eergisteren was in de troonzaal van het voormalige koninklijke paleis.  Twee mooie gebouwen, alleszins.

Maar ze zinken toch een beetje weg bij het megalomane gebouw, nu het Parlementspaleis genoemd, dat dictator Ceaucescu liet bouwen.  Vandaag huizen er de twee kamers van het Roemeense parlement in, naast enkele musea.  Verder wordt het voor congressen gebruikt.  En voor trouwfeesten.  En dan is er nog plaats over.  Van de 1.100 ruimtes zouden er 400 afgewerkt zijn, dus er kan nog wel één en ander extra voorzien worden.  In elk geval, achter elke massieve deur die open ging zat er weer een andere galerij of zaal, met indrukwekkende lusters, minutieus houtwerk en veel marmer.  Neoklassieke kitsch zoals het communisme dat vereiste, maar dan van een hoge kwaliteit.  Het gigantische complex maakt dat de Roemenen hun hele voorzitterschap in één gebouw kunnen laten doorgaan, zonder dat verschillende conferenties elkaar tegenkomen.  Al had ik toen ik naar het toilet ging vorige week (een dikke vijf minuten wandelen vanuit de vergaderzaal) toch door dat we niet alleen waren, toen commissaris Dombrovskis en Eurogroepvoorzitter Centeno blijkbaar ook aan een sanitaire stop toe waren.  Achteraf bleek dat ze die verdiend hadden omdat ze een miljard euro steun voor Griekenland hadden gedeblokkeerd…

Het paleis is het op twee na grootste administratieve gebouw ter wereld.  Op één staat het Pentagon, op twee het gemeentehuis (!) van het Chinese Jinan.  De vloeroppervlakte is bijna 14 keer groter dan die van het Brusselse Justitiepaleis,  het volume is groter dan die van de grootste pyramide…  Uiteraard hebben de Roemenen een haat-liefdeverhouding met het gebouw.  Het is gezet door wellicht de meest onmenselijke dictator die Oost-Europa in de communistische periode heeft gekend.  Op min-6 is er een nucleaire bunker, naar verluidt.  Er werden hele stadswijken voor vernietigd.  Duizenden Roemenen moesten een ander vak leren (houtbewerker, bijvoorbeeld), waar ze nadien niets mee aan konden.  Het hele gebouw werd gezet met Roemeens bouwmateriaal, op twee deuren na die door Mobutu werden geschonken.  Naar schatting 3.000 mensen kwamen om bij de bouw.  In die zin is het ook een monument voor het Roemeense volk, natuurlijk.  Een indrukwekkende vergaderplaats is het in elk geval.

En zeer geschikt voor een EU-voorzitterschap ook.  De kalender deelde Roemenië een moeilijk voorzitterschap toe : in de aanloop naar de Europese verkiezingen moeten alle lopende wetgevende dossiers afgerond worden.  Heel veel eigen accenten kunnen de Roemenen daarbij niet meer leggen, maar ze moeten wel hard werken om de boeken op tijd te kunnen sluiten.  Een geschikte ruimte hebben ze alvast niet moeten zoeken…

Leve de seniorenraad !

Leve de seniorenraad !

Ik wil nog even terugkomen op het kind en het badwater waarover ik het in het vorige stukje had.  Ik had het misschien beter in het Engels gezegd… if it ain’t broke, don’t fix it.  Want het “probleem” met de adviesraden is er volgens mij vooral één in het hoofd van sommigen in het gemeentehuis.  Inderdaad, de seniorenraad functioneert meer als koepel van de seniorenverenigingen dan als adviesraad.  Al geven ze wel veel adviezen.  Vooral over mobiliteit.  En verwachten ze daar dan ook nog antwoorden op.  Om in het Engels verder te gaan… so what ?

Als het gemeentebestuur graag meer adviezen wil over het seniorenbeleid, dan moeten ze dat vooral vragen.  En verder mogen ze er trots op zijn dat verschillende seniorenverenigingen in Essen regelmatig de handen in elkaar slaan en allerlei initiatieven nemen.  En ja, daar heeft het gemeentebestuur ook wat werk mee.  Maar dat hoort erbij als je “trots” wil zijn op je verenigingsleven.  Helpt het dan iemand vooruit dat we de erkenning van die seniorenraad als adviesraad intrekken ? Wordt er iemand beter van als we het over de “seniorenkoepel” hebben ? Dat lijkt toch onvermijdelijk op een “bedankt, maar we hebben uw goede raad niet meer nodig” voor de mensen die er nu actief in zijn ? Overigens… het lijkt me nogal wiedes dat de seniorenraad zich ook om de mobiliteit in Essen bekommert : dat is nu eenmaal iets waarvan de senioren wakker liggen.  Je zou ook voor minder, in Essen ! Het zou vooral het tegendeel zijn dat zou moeten verbazen.

En ja, natuurlijk moeten adviesraden zich aanpassen en met hun tijd meegaan.  Naar manieren zoeken om het beleid efficiënter te beïnvloeden, om meer inspraak vanuit hun achterban te realiseren, om een divers verenigingsaanbod nog beter te… overkoepelen.  Misschien dat een jeugdraad zelf al wat spontaner zo’n vernieuwingstraject opzet dan een seniorenraad, maar wat dan nog ? Een gemeentebestuur dat ook zelf écht inspraak wil, en dat niet ziet als een lastige verplichting of een risico om van een al genomen beslissing te moeten afwijken (wegens ondoordacht), lijkt me in elk geval het beste vertrekpunt.  Het is wellicht beter om daar tijd in te steken dan in discussies over semantiek en hier en daar een extra inspanning voor een ambtenaar.

Ik begrijp het wel, de tijd die wordt gestoken in het ondersteunen van de seniorenraad, die kan niet in de vzw Kobie worden gestopt, natuurlijk.  Of gaat het daar toch niet over ?

 

Wahrheit und Dichtung

Wahrheit und Dichtung

Dinsdag vergaderde de gemeenteraad.  De hoogtepunten daaruit komen uiteraard in onze Nieuwsflits, maar die is nog in voorbereiding.  En voor wie een wat vollediger verslag wil, is er Noordernieuws, met een interessante kijk op de raad.  Niet alleen omdat Vincent Luijer goed begrepen heeft dat ik het kind (van de adviesraden) niet met het badwater (van de inspraak voor de burger) wil weggooien.  Maar ook omdat hij goed gezien had dat de reactie op de raad via Facebook niet lang op zich liet wachten : onze post over de nooduitgang aan het Jeugdheem stond al tijdens de vergadering online, de sp.a postte haar versie kort na de raad.  Die twee verhalen verschillen grondig, en dat bleek ook al tijdens de raad.  Zowel wij als de sp.a schrijven de verdienste voor die nooduitgang immers op de eigen naam (toch even waarschuwen, want het vel van de beer wordt hier wel snel verkocht – de nooduitgang moet er natuurlijk ook nog effectief komen).  In Noordernieuws wordt het woord “spinnen” gebruikt, en lezen we dat “Zowel N-VA/PLE als sp.a deden hun lezers overkomen dat het vooral door hun inspanningen was dat deze doorgang er kwam.”.  Dat laatste klopt natuurlijk.  En van buitenaf gezien, is de analyse dat dit “spinnen” of “framen” is ongetwijfeld terecht.

Alleen… van binnenuit ziet het er anders uit.  Ik ben ervan overtuigd dat de collega’s van sp.a er ook echt van overtuigd zijn dat de oplossing voor minstens 80% aan hen te danken is.  Ze zullen misschien wel toegeven dat wij voor enige versnelling hebben gezorgd, niet zozeer met ons voorstel maar gewoon omdat we ook in de mail van de jeugdbewegingen stonden waarin het probleem werd aangekaart, en omdat ze wisten dat we daar wel iets mee zouden doen.  Maar verder zijn ze er wellicht echt zeker van dat zij, en niemand anders, dit probleem hebben opgelost.  En dat het ook zonder ons opgelost zou zijn geraakt.

En voor ons… geldt hetzelfde.  We weten natuurlijk ook dat uiteindelijk het schepencollege de formele beslissingen zal moeten nemen, maar we zijn er echt van overtuigd dat er zonder ons niets, of veel te weinig en veel te laat, zou zijn gebeurd.  Daar hebben we goede argumenten voor : in de vorige raad stelde Arno Aerden immers dat hij hooguit de betrokken partijen wilde samenbrengen, maar dat ze het uiteindelijk zelf moesten oplossen.  Alleen omdat wij snel hebben voorgesteld dat het gemeentebestuur zijn verantwoordelijkheid zou nemen, is er ook echt iets gebeurd.  80% onze verdienste, minstens.  Daar ben ik, tja, zeker van.  En ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de sp.a-collega’s dat langs hun kant ook zijn.  Liegen zij dan ? Of wij ? Per definitie is er iemand die niet dé volledige waarheid vertelt.  Maar wordt die bewust verdraaid ? Hij wordt misschien wat eenzijdig voorgesteld, dat wel : de 20% die aan een ander te danken is, blijft onderbelicht.  Maar verder kunnen we het oordeel eigenlijk enkel aan mensen buiten de gemeenteraad overlaten – en die beschikken eigenlijk niet over alle informatie.  Bovendien is het in dit geval ook zonder meer duidelijk dat er hier niemand schade van ondervindt, en dat het belangrijkste is dat die nooduitgang er gewoon komt.

Het probleem ? Dat er natuurlijk soms echt, bewust, gelogen en gemanipuleerd wordt.  Zoals de Brexitprofeten dat in het Verenigd Koninkrijk hebben gedaan, bijvoorbeeld.  Dat is van een heel andere orde en moreel onaanvaardbaar.  Maar de échte leugenaars komen daar soms mee weg omdat ze veel onschuldiger “dubbele waarheden” kunnen inroepen, en dan stellen dat “iedereen liegt”.  Zo komen er ook in ons land bewindslieden weg met echte leugens, en dat is niet gezond.  Laat dit dus in elk geval een pleidooi voor zorgvuldigheid zijn.  En voor empathie tussen politici, ook tussen meerderheid en oppositie.  Want het is natuurlijk vaak dat rolverschil dat een stuk de “bril” verklaart waarmee naar de feiten wordt gekeken.

Wat vaststaat, is dat ik trots ben en blijf op ons voorstel.  En ja, wie me twintig jaar geleden had gezegd dat ik me ooit nog zou bekommeren om het overleven van het Pullenbal en de Tuinfeesten, die zou ik wellicht niet hebben geloofd.  Want het is natuurlijk een historische onrechtvaardigheid dat Scouts en Chiro net de twee geschikte data voor een grote fuif op het Jeugdheem hebben “bezet”, en ze zo achter de rug van mijn KSA-voorgangers hebben weggekaapt…  Een waarheid als een koe ! Tenzij je het natuurlijk vanuit het oogpunt van die Scouts of Chiromensen bekijkt, die hard gewerkt hebben om hun Pullenbal en Exit Summer op de kaart te zetten, terwijl er aan KSA-kant een eerder afwachtende houding werd aangenomen…