Weerklank

Weerklank

Gisteren hielden we voor de tweede keer een nieuwjaarsreceptie, en kozen dit jaar voor de Oude Pastorij als locatie.  Ik mocht opnieuw een korte toespraak houden, en aangezien de afwezigen weliswaar ongelijk hadden maar desgewenst ook recht hebben om te weten wat ik gezegd heb, zal ik dat hier hernemen…

Het is een goede traditie om bij het begin van een nieuw jaar samen te komen en bij een glas even terug te blikken op wat geweest is en vooruit te kijken naar wat komen gaat. Voor ons, de tien gemeenteraadsleden van N-VA/PLE, eindigde 2019 met een slecht gevoel. Op een gemeenteraad van twee dagen, en daarvoor in de commissies, bespraken we het gemeentelijk meerjarenplan voor de komende zes jaar. Één voor één hadden we het gevoel dat het zoveel beter had gekund, dat we het zelf zoveel anders hadden willen aanpakken.

Een jaar lang plannen leverde niet veel meer op dan een korte opsomming van zaken die nog overwogen, bestudeerd, besproken of gepland moeten worden, met als enige concrete een beperkte reeks investeringen die vooral een herhaling is van wat zes jaar geleden ook al op het programma stond, maar niet uitgevoerd raakte.

Terwijl heel Essen zich elke dag met de fiets of de auto vastrijdt, ligt er vandaag geen mobiliteitsplan op tafel. Daar hadden wij onmiddellijk aan willen beginnen, zodat nu de eerste conclusies konden worden getrokken. Maar neen, het zal langzaam opgestart worden om dan later te zien of er misschien ook echt iets moet veranderen, en of daar dan geld voor is.

En terwijl alle verenigingen in Essen weten hoe belangrijk aangepaste ruimte is en dat er nood is aan een polyvalent gebouw voor hun activiteiten, moeten ze het stellen met het vage vooruitzicht van een abstract cultuurpark. In plaats van nu al bezig te zijn om de mooi gerestaureerde douaneloods voor hen in te richten, vragen CD&V en sp.a hen nog maar eens op hun behoeftes op te lijsten. Daarna zal er wellicht gekeken worden of de gemeente niet voor veel geld een half geschikt en half vervallen gebouw kan opkopen.

Zo jammer van de verloren tijd en de gemiste kansen. Maar moedeloos worden is geen optie. Daarvoor heeft de kiezer ons niet tot de grootste fractie in de raad gemaakt. Dat brengt de verantwoordelijkheid mee om te blijven proberen om het beleid bij te sturen waar het kan en om waar het moet duidelijk te maken dat er echt wel een alternatief is voor het aanmodderbeleid. We gaan er in 2020 hard aan blijven werken.

Uitstelgedrag in de politiek zien we natuurlijk niet alleen in Essen. In wat voor land leven we waar gemeentebesturen liefst de avond van de verkiezingen moeten gevormd worden, maar waar op regeringen maanden moet worden gewacht ? Uiteindelijk slaagde Jan Jambon erin om een sterke Vlaamse regeringsploeg samen te brengen, maar een federale regering hebben we nog steeds niet. Ik weet dat sommige Vlaams-nationalisten dat niet zo erg vinden, maar zolang het België is dat de lidkaart van de EU beheert zitten er nu eenmaal cruciale economische bevoegdheden op het federale niveau. Zo cruciaal dat als vandaag een economische crisis zoals die van 2008 Europa zou treffen, België op de eerste rij dreigt te staan om zoals toen een vijftal landen is overkomen het bestuur van ons land te zien overnemen door internationale instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Centrale Bank. Ik heb daar enige ervaring mee, een weet dat daar niemand op zit te wachten, en dat er dan taboes van alle politieke partijen zullen sneuvelen.

Ik kan me niet voorstellen dat we dat zomaar willen zien gebeuren. N-VA heeft nationaal de verantwoordelijkheid van de grootste partij, zoals wij die in Essen hebben. N-VA heeft al bewezen dat ze die verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat, dat ze niet zoals extreemrechts en extreemlinks van aan de zijlijn staat te roepen dat er eenvoudige oplossingen zijn, dat ze -om bij de actualiteit te blijven- als het brandt mee wil blussen in plaats van het vuur aan te wakkeren. Die lijn aanhouden en tegelijk duidelijk blijven maken dat er grondige structurele hervormingen nodig zijn en dat een regering meer moet doen dan de winkel open houden en alle belangengroepen om de beurt bedienen wordt een belangrijke uitdaging voor de komende weken -hopelijk geen maanden- en ik wens de collega’s van N-VA veel moed en doorzettingsvermogen toe om binnen de partij op alle niveaus daaraan mee te werken.

Vrienden, alsof de uitdagingen op alle niveaus niet al moeilijk genoeg zijn, staat ook bij ons de democratische manier van aan politiek doen soms onder druk. Democratie vereist respect voor de waarheid en voor politieke tegenstanders. Het gaat om een strijd tussen meningen, niet tussen mensen. Met argumenten, en niet door elkaar te overroepen. Een eerste voorwaarde daarvoor is om ook te luisteren naar mensen waarmee we het niet helemaal, of zelfs helemaal niet, eens zijn. Misschien is dat wel een goed voornemen voor 2020 voor al wie op welk niveau ook met politiek bezig is. Zoals wat vaker samenkomen met vrienden om het glas te heffen ook een goed voornemen moet zijn. Laten we er vandaag mee beginnen. Hier is de drank alvast gratis, en ik stel voor dat we nadien naar de Heuvelhal gaan om te kijken of dat bij Gaston ook het geval is.

Nadien trokken we dus nog naar het Burgemeestersfeest.  Het was alweer enkele jaren geleden dat ik daar nog present tekende.  Een beetje ten onrechte, want ondanks allerlei bedenkingen bij de manier waarop het wordt georganiseerd* blijft het een goed initiatief dat jaarlijks veel geld inzamelt voor een reeks veelal zeer lovenswaardige Essense verenigingen en acties.  De Abbacloon die op het podium stond kon me niet meteen bekoren, maar er heerste een goede sfeer in de Heuvelhal – niet meteen de meest sfeervolle zaal in Essen nochtans.  Eigenlijk was de combinatie met onze receptie nog niet zo slecht, dus misschien moeten we dat volgend jaar ook maar overdoen.  Al bij al een geslaagde avond !

*de grens van het organiserend comité met enerzijds het gemeentebestuur en anderzijds de partij van de burgemeester is niet altijd even duidelijk, en de keuze van “goede doelen” is weinig transparant, om maar iets te noemen
Uitgekookt

Uitgekookt

Tijdens de kerst- en nieuwjaarsperiode ruil ik de pc en de vergadertafel traditioneel minstens gedeeltelijk in voor het fornuis en het aanrecht. Ik kook graag, maar vaak vind ik er niet de tijd voor. Ik ben zeker technisch geen goede kok : een mes in mijn handen blijft een zeker gevaar inhouden (gelukkig vooral voor mezelf) en ik kan bijvoorbeeld niet zomaar de klassieke bereidingen uit mijn hoofd bereiden – vraag me niet om een beurre blanc of beurre manié op tafel te zetten, om maar iets te zeggen. Maar ik durf veel en heb een goede neus voor smaakcombinaties, ook als die niet meteen aan de klassieke verwachtingen beantwoorden. Zo hoeft het niet altijd vanille-ijs te zijn, maar smaakt een bolletje geraniumijs, mosterdijs of chicorei-ijs ook lekker – uiteraard afhankelijk van waar het bij wordt geserveerd. En een espuma of een sous-videbereiding durf ik ook wel aan – waarbij mijn slaagkansen bij die laatste techniek stukken groter zijn dan bij de eerste.

Inspiratie zoek ik in kookboeken, maar uiteraard ook op het internet, want zo gaat dat tegenwoordig. Wat talenkennis helpt dan om je niet te hoeven beperken tot het Nederlands, al zijn er ook in onze taal uitstekende sites ter beschikking. Zelf wend ik me vaak tot Hap & Tap, en uiteraard is ook de site van kookzender Njam een bron van goede ideeën.

Voor de Griekse keuken is Akis Petretzikis – de lokale Jeroen Meus of Piet Huysentruyt – een onmisbare partner. Ik heb het al meegemaakt dat zijn aanpak door mijn Griekse familie werd tegengesproken (dat moet zó niet), maar dat het resultaat dan toch minstens even goed blijkt dan de gehuldigde klassieke aanpak… De blog My Little Expat Kitchen wordt jammer genoeg niet meer bijgewerkt, maar ook deze lijst met Griekse recepten en af en toe een uitweiding naar de Nederlandse of nóg exotischer keukens is de moeite waard.

Voor de Midden-Oosterse keuken is Yotam Ottolenghi onmisbaar, ook al zijn niet al zijn recepten op het internet te vinden. Bovendien vereist hij al eens dat je de motivatie vindt om exotische ingrediënten op te sporen. Vaak goed haalbaar als je er op tijd aan begint (hij verkoopt ze ook zelf…) maar niet altijd : zo ondervond ik vorige week dat je hier te lande almaar eenvoudiger rode bieten vindt, maar dat gele bieten (neen, géén boterraapjes) niet zomaar in de rekken liggen.

Als het wat ingewikkelder mag, dan kan je bij ChefSteps terecht, voor espuma- of sous-videideeën ook bij de respectievelijke producenten van de ISI en Anovatoestellen. In het Engelse taalgebied heeft SeriousEats ook een stevige positie verworven – al is de site soms wel zeer Amerikaans en heb je wat „vertaalwerk” nodig, en niet alleen omwille van ounces en cups.

Tenslotte… ik post dit nu, maar uiteraard is januari bij uitstek een geschikte maand om te proberen wat minder te eten. Ook dat blijft de moeite waard in 2020.

’t Is geen (vuur)werk

’t Is geen (vuur)werk

Ik heb het hier ooit al eens uitgelegd : vuurwerk is een klassiek voorbeeld van marktfalen. De meeste mensen vinden (zoals ik) vuurwerk mooi, en zijn bereid om daar op tijd en stond iets voor te betalen. Maar zo goed als niemand wil echt genoeg betalen om een vuurwerk tot stand te brengen dat de moeite waard is. En als er toch iemand vuurwerk afsteekt kan ook wie niet betaalt gewoon meegenieten van het spektakel, want het speelt zich in de lucht af. De nadelen voor mens, dier, leefmilieu, … worden niet gedragen door degenen die het vuurwerk afsteken, en worden niet op hen verhaald.

Een goede vergelijking is ironisch genoeg de brandweer : iedereen wil daarvoor wel iets betalen, maar niemand wil alleen opdraaien voor een brandweer die 24u paraat staat. En eens er brandweer is, moet die noodzakelijkerwijs voor iedereen tussenkomen, want als ik wel betaal en mijn buur niet, dan is het laten afbranden van het huis van mijn buur nu eenmaal geen optie – het mijne gaat er mee aan. De politie, het leger, een straat asfalteren, riolering aanleggen… het komt ook in de buurt : ook daar is individueel optreden niet onmogelijk, maar uiterst inefficiënt.

In dit soort geval schrijft de economische wetenschap een overheidsmonopolie voor. In dit geval bijvoorbeeld één keer per jaar een groot, mooi, goed geregisseerd, geluidsarm, veilig, … vuurwerk. En daarnaast niets, of desnoods erg strikt gereglementeerd. Waarbij in principe alleen de overheid nog als klant overblijft, zodat je de privéverkoop ook gewoon kunt verbieden. En je wellicht ook de stekker uit alle veiligheids- en overlastproblemen die zich nu voordoen trekt – want ik weet natuurlijk wel dat niet vuurwerk op zich, maar misbruik en vandalisme problemen veroorzaken, maar het valt moeilijk te ontkennen dat de “wapens” nu wel gemakkelijk voorhanden zijn.

Je regelt dit bij voorkeur Europees, lijkt me, zeker in een grensregio als de onze. Maar ik vind het geen reden om nationaal of lokaal niet zo veel mogelijk te doen, in afwachting. De huidige situatie, met een principieel verbod dat niet te controleren is wegens een overaanbod, het toelaten van bezit van wat je niet mag afsteken en de onmogelijkheid voor de politie om vuurwerkontstekers op heterdaad te betrappen, is alleszins niet bepaald goed beleid.

Dubbelslag

Dubbelslag

Twee dagen gemeenteraad, ongeveer zes uur debat over het meerjarenplan.  Zoals Dirk het achteraf stelde : het is een verdomde plicht om dat debat tot op het bot te voeren, maar veel vreugde valt er niet aan te beleven.  Al is het nog net iets meer enthousiasmerend om er volledig in op te gaan dan om het te beluisteren, denk ik.  Ik mag dus van geluk spreken dat ik het voorrecht had om onze amendementen te verdedigen en onze slotconclusie uit te spreken.

Eigenlijk is het een beetje zoals in een sportwedstrijd waar je een achterstand hebt opgelopen die niet in te halen is : je weet dat de uiteindelijke stemming verkeerd uitdraait.  Maar ook dan moet je acties blijven opzetten om te scoren.  Op het voetbalveld ga je voor dat overbodige eerreddende tegendoelpunt.  Op een rugbyveld blijf je desnoods tot een kwartier na de volledige speeltijd passen geven op zoek naar een try.  Omdat het je plicht is.

De wedstrijd aan het Heuvelplein verliep fair, waarvoor dank.  Maar de spelregels werden door CD&V en sp.a wel ten volle uitgebuit.  Een ontwerpplan neerleggen met wat losse „bullet points” en dan op maandag afkomen met een toelichting van 21 bladzijden waarin het echte beleid vervat zit, zodat dat niet meer in vraag kan worden gesteld of geamendeerd, maar dat hen wel de mogelijkheid gaf om op alle vragen te antwoordden dat er al aan werd gedacht : zo hol je natuurlijk niet alleen de gemeenteraad uit, maar ook alle adviesorganen die zich vooraf over het plan hebben gebogen.  De zogenaamde „prioriteiten” nergens voorleggen of bespreken, zodat ze technisch gezien niet meer kunnen worden aangepast bleek ook een uitstekende obstructietechniek.  Dan beweren dat onze amendementen niet veel voorstellen, omdat ze vooral over die keuze van prioriteiten gaan, vond ik net iets te gemakkelijk.  Via de prioriteitenkeuze betroffen onze 24 amendementen uiteindelijk zowat elke bladzijde van het meerjarenplan, maar daarover kon dus niet worden gediscussieerd. Eigenlijk had dat prioriteitenlijstje in juni of september op de raad moeten komen, met nu de uitwerking.  Dat zou een veel zinvoller debat hebben opgeleverd – maar op CD&V en sp.a rekenen om het debat te bevorderen zou wat te optimistisch zijn, en op de wetgever rekenen om de spelregels te veranderen ongetwijfeld ook.

Uiteindelijk bleek het niet kiezen van prioriteiten vooral een weigering om het beleid te willen beoordelen op resultaten in plaats van op intenties.  Begrijpelijk voor wie zes jaar geleden intenties voorlegde die niet of nauwelijks verband houden met de nadien geboekte resultaten.  De brochure van toen over het meerjarenplan staat in de bib ongetwijfeld in de afdeling fictie.

Dat alles neemt niet weg dat we enkele zinvolle discussies hebben kunnen voeren, dat we hebben kunnen verduidelijken waar de hele raad hetzelfde over denkt (en dat soms dan ook konden verwoorden) en waar de grote verschillen zitten.  Hopelijk kunnen we met name de convergenties aangrijpen om op enkele belangrijke domeinen een draagvlak te creëren.

Met enkele aanpassingen ben ik best tevreden : dat (het streven naar) een Essens Ringland, het voorkomen van zwerfvuil, de huisartsenwachtpost en het aantrekken van dienstenbedrijven nu zwart op wit zijn genoteerd was me telkens het verbale gevecht wel waard.  Dat geldt nog meer voor het stimuleren van tewerkstellingskansen voor mensen met een beperking, waar de combinatie van emotie en logica en zelfs een potentiële wisselmeerderheid nodig bleek om iets op papier te krijgen.  Niets van dit alles gaat de wereld veranderen, maar het maakt ons als raadsleden wel aanspreekbaar op punten die voor veel Essenaren een verschil kunnen maken. Het meest teleurgesteld ben ik over de weigering om de meerwaarde in te zien van het aanwerven of anderszins engageren van een mobiliteitsdeskundige.  Vlot en veilig verkeer laten we veel te veel over aan specialisten in het efficiënt en reglementair aanleggen van straten.  Ik hoop dat ons amendement op dit punt toch nog even nazindert, want zoals we gisteren vaststelden gaat het niet over een verschil van visie maar één van inschatting.  En inschattingen kunnen fout zijn, visies niet…

Veldslag

Veldslag

Ik ben gisteren naar het veldrijden gaan kijken.  Dat zou geen nieuws mogen zijn, maar het was toch al jaren geleden.  En toen was ik er als helper, niet als toeschouwer.  Nu dus wel.  Met grote dank aan Robin, die voor een VIP-ticket zorgde.  En met grote dank aan alle organisatoren die ervoor zorgden dat er dit jaar een veldrit was in Essen.  Dat was geen evidentie, zoals we allemaal ook in de pers hebben kunnen lezen.  Om allerlei redenen groeide de organisatie de Molenheidevrienden boven het hoofd.  Gelukkig stonden enkele ondernemers klaar om op korte termijn hun schouders mee onder de organisatie te zetten.  Gelukkig konden ze ook rekenen op de vrijwilligers van de Molenheidevrienden en van een reeks andere Essense verenigingen – die zo opnieuw het aangename aan het nuttige (voor hun verenigingskas) konden paren.

Ook het gemeentebestuur werkte mee, maar zeker financieel had er voor mij wat meer moeten kunnen : dat had wellicht ook de ruimte om de verenigingen nog meer te betrekken en te steunen vergroot.  De voorbije jaren besteedde Essen geld aan allerlei wielerevenementen, maar nu de eigen veldrit (met meer dan 50 jaar traditie) erom vroeg, kon er maar heel weinig.  Terwijl voor een gemeente als Essen, die ligt waar ze ligt, een veldrit toch sowieso een uiterst sterke „kom bijeen”-activiteit is.  Bovendien ook één van de weinige die onze gemeente wat uitstraling geven.  Zo vaak komen we niet rechtstreeks op tv.

Ik heb wel eens meewarig gedaan over het veldrijden.  Het WK was ooit meer het Open Kempens Kampioenschap, en met de echte internationalisering wil het nog altijd niet zo goed lukken – bij de dames beter dan bij de heren, overigens.  Maar net daarom hoort een veldrit natuurlijk wel bij Essen, natuurlijk : New York, Tokio en Nairobi doen nu eenmaal niet mee.

Van de deelnemerslijsten kende ik alleen Marianne Vos bij de dames, en Zdeněk Štybar en Tom Meeusen bij de heren.  Van de beide finale top-3s kende ik dus één naam (wel een topatlete, natuurlijk).  En ik ken er natuurlijk wel genoeg van om vast te stellen dat de race niet meteen spannend was.  De winnaars stonden snel vast, de nummers twee en drie bij de heren ook, en de nummer twee bij de dames liep tegen het einde ook een eind uit op de concurrentie.  Het Essense parkoers is ook niet het mooiste ter wereld, al moet ik toegeven dat er met hard werken best wel een mooi geheel van was gemaakt.  Die zandbak zou ik wel afdekken voor de race of zo, want het natte zand slaagde er niet echt in om mee scherprechter te spelen.  Bovendien werd er vooraf vooral over de afwezigen gesproken.  Misschien kende ik er daar wel meer dan van de aanwezigen, al moeten ze zich toch ook niet te veel illusies maken op dat vlak – en heeft de organisatie dat ook wel mooi gepareerd met hun terechte kritiek op de startgelden.

En toch.  Alles bij elkaar heb ik me erg goed geamuseerd.  Veldrijden blijft een toegankelijke en toeschouwersvriendelijke sport, met een gebalde wedstrijd (een uur) en veel ruimte voor „leven” naast het parkoers.  Een investering in sociaal weefsel.  De organisatie liep ook, voor zover ik het kon zien, mooi op wieltjes, al weet ik niet of die beeldspraak in deze context optimaal is, want in veldritwielen kruipt veel zand en modder.  De organisatoren verdienen dus felicitaties en een hartelijk dankjewel namens de Essense gemeenschap.  En ik heb eigenlijk al zin in de Robotland Cross van 2020.  Misschien moet ik zorgen dat ik tegen dan mijn pronostiek ook zelf kan invullen…

Autoriteit

Autoriteit

Verordening 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad richt de Europese Arbeidsautoriteit op, beter bekend -zo gaat dat- onder de Engelse naam European Labour Authority, of -zo gaat dat- onder de afkorting ELA.  ELA Is het resultaat van naar Europese normen supersnelle besluitvorming : Jean-Claude Juncker stelde de oprichting ervan voor in zijn “State of the Union” speech op 13 september 2017.  Zelfs voor veel ingewijden kwam het voorstel toen als een verrassing; het is dus niet zo dat het idee al lang ergens lag te “rijpen”.  Dat maakt het nog opmerkelijker dat er zo snel overeenstemming over kon worden gevonden.  Zodat Juncker zelf het lint bij de openingszitting van de Raad van Bestuur nog kon doorknippen.

ELA komt er om eerlijke arbeidsmobiliteit in de interne markt van de EU te bevorderen.  Dat betekent dat ELA mee moet zorgen voor duidelijke, toegankelijke en transparante informatie voor alle werkgevers en (potentiële) werknemers die grensoverschrijdend willen werken.  Daarnaast moet ELA helpen om regels voor dat grensoverschrijdend werken effectief te handhaven, vooral door de samenwerking tussen de inspectiediensten en de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken.  Dat is een korte omschrijving, maar er schuilt uiteraard een pak werk achter : als een bedrijf uit Estland mensen tewerk wil stellen in Duitsland, dan moet het (delen van de) de Duitse regelgeving naleven.  Dus moet het die kunnen terugvinden, en ook de betrokken werknemers moeten kunnen vinden waarop ze recht hebben.  En in geval van twijfel moet de Duitse inspectiedienst informatie kunnen inwinnen in Estland.  Eventueel moet er zelfs een gecoördineerde of gezamenlijke inspectie kunnen plaatsvinden.

In een gemeente als Essen kunnen we er ons iets bij voorstellen : we kennen hier al jaren veel grensarbeid, en de juiste regels daarrond zijn niet altijd even gemakkelijk.  In de grote Europese eenheidsmarkt is het uiteraard allemaal nog ingewikkelder, en is ook de kans dat het misloopt groter.  Ook dat zien we soms bij ons, natuurlijk : de werknemers van elders die hier soms moeten leven in slechte omstandigheden, en waarbij oneerlijke concurrentie wordt gecreëerd.  Anderzijds : probeer als eerlijk bedrijf vanuit een ander land maar eens exact te weten aan welke regels bij ons en in Nederland moet worden voldaan, als je in de grensstreek wil werken.

Om de oprichting van ELA voor te bereiden werd ook een adviesraad opgezet.  Ik mocht daar deel van uitmaken.  Dat was niet altijd eenvoudig, omdat we ons werk moesten doen terwijl nog volop werd gediscussieerd over wat en hoe ELA zou moeten doen.  Zelfs de naam was voorwerp van discussie.  En de vestigingsplaats, natuurlijk, waarbij de keuze uiteindelijk op Bratislava viel.  Dat maakte onze discussies soms een beetje abstract, terwijl de discussies over de verordening zelf, zoals dat altijd gaat, tot in de details gingen.  Daarbij werd ook beslist hoe ELA er in de praktijk zal uitzien : eens de Autoriteit volledig operationeel is, zullen er 144 mensen werken, met een budget van 50 miljoen EUR.  Ter vergelijking : dat budget is ongeveer het dubbele van het Essense gemeentebestuur, het personeelsbestand is niet iets kleiner dan het Essense.

Met de oprichting en dus ook het einde van de adviesraad had mijn ELA-activiteit er kunnen opzitten, maar dat bleek niet het geval.  Ik kreeg het voorrecht ook het Belgische zitje in de raad van bestuur op te nemen.  En op de tweede vergadering daarvan, vorige dinsdag in Bratislava, ben ik ook tot de eerste voorzitter van die raad van bestuur verkozen.  Ik doe dat graag, proberen consensus te creëren en diverse achtergronden en inzichten op één lijn te krijgen.  En ik vind het bijzonder boeiend om te zien hoe een structuur van nauwelijks enkele mensen (formeel zijn er nu drie in dienst) die nu nog in andermans kantoren zit binnen enkele jaren moet uitgroeien tot een slagkrachtige Autoriteit, die naam waardig.

 

Grand cru européen

Grand cru européen

Vandaag eindigt het mandaat van Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en van zijn team. En ook Europees Raadspresident Donald Tusk geeft de fakkel door. Als Europeaan, maar ook als in sommige opzichten bevoorrecht waarnemer, vind ik dat beiden uitstekend parkoers hebben gereden. De stijl van Juncker mag dan niet iedereen aanspreken, maar hij heeft de Commissie met vaste hand geleid, en samen met Tusk binnen Europa het politiek leiderschap opgenomen dat we in veel nationale regeringen soms ontbreken. Samen met Merkel zijn Juncker en Tusk ook zowat de enige democratische leiders die tegen die andere Donald, de heer Trump, durfden in te gaan. Natuurlijk zat niet elke beleidsmaatregel even goed, maar aan politieke moed – en gelukkig ook humor en zelfrelativering – heeft het beide nooit ontbroken. Juncker’s eigen bilan in Politico vandaag is lezenswaardig.

Juncker had ook een sterke ploeg commissarissen. Met name Margrethe Vestager deed uitstekend werk als waakhond over concurrentie op de Europese markten – met haar bleek de Europese Commissie mondiaal de sterkste autoriteit op dit vlak. Frans Timmermans als rechtlijnig verdediger van de mensenrechten en de democratie heb ik ook altijd kunnen waarderen. En onze eigen Marianne Thyssen kan een uitstekend palmares voorleggen op het domein dat ik het beste ken, dat van werk en sociale zaken. Haar toewijding aan haar werk heeft vaak indruk op me gemaakt – ik heb urenlange vergaderingen gezien waar niemand van begin tot einde aandachtig was, op Thyssen na. Haar terreinkennis, maar ook haar menselijkheid en bescheidenheid evenzeer. Ze heeft het grootste deel van haar politieke carrière aan de EU besteed, aan het Europees Parlement en de Commissie. Ik vermoed dat ze meer bereikt heeft dan ze had kunnen doen in pakweg de Wetstraat 16, ook al zou ze ook dat wellicht uitstekend hebben gedaan.

In de Berlaymont neemt Ursula von der Leyen over, die ik een aantal jaren geleden leerde kennen als een geëngageerde minister van werk. In de Justus Lipsius zal zowaar Charles Michel plaatsnemen. Die net als Tusk voor hem boven zichzelf zal moeten uitgroeien om zijn taak tot een goed einde te brengen. In de Commissie zitten nog een aantal “bekenden” voor mij, want minister van werk zijn blijkt een uitstekende opstap naar de Commissie. Ook de ploeg van VDL heeft een groot potentieel, maar Ursula zal zelf moeten bewijzen dat ze haar handen even vuil durft maken als Juncker dat deed. Terwijl die bij een onvermijdelijk glas wijn kan terugblikken.

Onvoorstelbaar

Onvoorstelbaar

Een gemeenteraad voor de geschiedenisboeken zal het wel niet zijn geweest, gisteren. Toch vond ik hem om allerlei redenen leerzaam…

Zo hebben we unaniem het voorstel goedgekeurd om in te tekenen op de kapitaalverhoging van Publi-T. We hebben dus 275.000 EUR belastinggeld van de Essenaren belegd. Waarvan naar schatting 99,9% geen idee heeft wat Publi-T is. Ik ben als enige tussengekomen, en niemand heeft me tegengesproken. Dus vond iedereen dat ik gelijk had – dat is nu eenmaal de logica van besluitvorming in een politiek orgaan.

Ik heb het volgende gezegd : „We weten allemaal waarom we in dit land meer betalen voor energie dan in de buurlanden : omdat de gemeentebesturen worden gefinancierd door dit soort dividenden. Dat is dus eigenlijk een belasting : onze inwoners betalen meer voor hun energie, en wij krijgen dat geld. Het is bovendien geen goede belasting, want we weten allemaal dat wie een hoger inkomen heeft in verhouding minder aan energie betaalt dan wie een lager inkomen heeft, en dat is tegen elk principe van eerlijke belastingen. Om de belasting te kunnen innen moeten we bovendien, zoals vandaag wordt voorgesteld, geld van de burger beleggen, in plaats van het gewoon terug te geven. Het probleem is natuurlijk dat we er niet eenzijdig kunnen uitstappen : dan blijven de Essenaren betalen, maar wij ontvangen niets meer. We gaan dit goedkeuren, maar blijven hopen dat dit ooit eens ten gronde wordt opgelost.

Geen enkele vertegenwoordiger van één van de nationale politieke partij voelde zich geroepen om meteen te zeggen dat ze het in één van de parlementen gingen aankaarten.  Dat is nochtans geen principiële houding, want tegen mijn voorstel om een huisaankooppremie in te voeren kwamen alleen maar argumenten die erop neerkwamen dat het Vlaamse beleid verkeerd zit.

Of dat nu zo is of niet, het ontslaat Essen niet van de eigen verantwoordelijkheid. En verantwoordelijkheid is niet gratis. Hopelijk kunnen we zoals afgesproken de discussie eens voeren in een commissie zonder dat we (een weliswaar verbeterde versie van het) Vlaams Parlement proberen te zijn.

Een ander voorstel dat ik vorig jaar mee indiende kreeg overigens ondertussen wel uitvoering.  Het Jeugdheem heeft een nooduitgang.  Dat in de communicatie niemand het nodig vond om de link te leggen met ons voorstel (zelf zullen we dat uiteraard wel doen) is frustrerend, maar veel minder belangrijk dan het feit dat die nooduitgang er dus echt is gekomen.  Met dank aan iedereen die mee aan de kar heeft getrokken.

En tenslotte werd het voorstel van Joris en Dirk om tussen te komen in de kosten voor security bij evenementen (in de eerste plaats jeugdfuiven) koudweg weggestemd.  Daarbij werd zelfs niet nagelaten om de Jeugdraad voor de kar te spannen.  Die had in een advies aangegeven dat het voorstel in het geheel van de subsidieregeling moest bekeken worden – om zo te vermijden dat de ondersteuning van security ten koste zou gaan van andere subsidies.  Dat vonden wij ook logisch, dus stelden we voor om uitdrukkelijk vast te stellen dat de subsidie bovenop de andere zou komen.  Dat werd dan weggestemd, want het was tegen de wil van de Jeugdraad.  Dit zou ik als Jeugdraadbestuurder een dikke twintig jaar geleden niet hebben gepikt.  Benieuwd wat de huidige generatie ervan denkt…

Neen toch

Neen toch

De belangrijkste beslissing die de gemeenteraad in de loop van de legislatuur moet nemen is in principe de vaststelling van het Meerjarenplan.  Daarin worden voor zes jaar de doelstellingen en plannen van het gemeentebestuur gedefinieerd.  De belangrijkste taak van het schepencollege is om die beslissing voor te bereiden – en nadien de hoofdverantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de beslissing op te nemen.  Het Meerjarenplan komt op 16 en 18 december in de gemeenteraad.  Als laatste fase in de voorbereiding wordt vanaf deze week teruggekoppeld naar de gemeenteraadscommissies en de adviesraden.

De commissie Openbare Infrastructuur beet de spits af, en hoewel ik daar geen lid van ben heb ik het eerste uur van de vergadering bijgewoond, om nadien naar de Algemene Vergadering van de vzw Kobie te gaan.  Dat uur bleek voldoende om zeer teleurgesteld te zijn.  We kregen een Powerpoint voorgeschoteld met de “grote lijnen” van het MJP.  Die bleken vooral te bestaan uit het herhalen van de vrome wensen, vage ideeën en slogans over wat zou moeten zijn uit het bestuursakkoord.  Dat daar een jaar tijd werd ingestoken is niet echt geloofwaardig – het had ook op twee weken in januari kunnen gebeuren.  Er stonden bovendien zaken op de slides waarvan men niet eens kon uitleggen wat ze betekenen.  Zucht.

De concrete, operationele plannen werden op een drafje voorgelezen.  Ze werden niet op papier gezet en opgestuurd omdat wij (degenen die ze moeten goedkeuren) ze anders “verkeerd zouden interpreteren”.  En de details van de plannen kregen we ook niet, die zouden dan later uit het hele Meerjarenplan blijken.  Op die manier ernstig van gedachten wisselen is uiteraard onmogelijk, het voorstel van Meerjarenplan op zijn waarde beoordelen kan ook niet.  Dat wij als gemeenteraadsleden zo behandeld worden is beledigend en onaanvaardbaar, dat de adviesraden hetzelfde lot te beurt zal vallen is schandalig.  Anders kan ik het helaas niet uitdrukken.  Maar het zal wel goedgekeurd worden, zeker.  Waarna we in de gemeenteraad -en ook in de adviesraden- geacht zullen worden om zes jaar te zwijgen, want “alles staat in het Meerjarenplan”.  Hoe jammer voor Essen.