Dagvers

Dagvers

Gedichtendag

Lees kinderen vandaag
gedichten voor
en fluister zachtjes
verzen in hun oor.

De tijd is rijp,
dus bloemlees en begin.
Niet alles wat geen nut heeft,
heeft geen zin.

Stijn De Paepe

Op de wijze van Y.S.

Waar ik ook heen reis Griekenland verwondt mij.
Op de Pilion onder kastanjebomen gleed het hemd
van de Kentaur tussen het loof en sloeg zich om mijn lijf
terwijl ik de helling besteeg en de zee mij volgde
zelf ook stijgend als kwik in een thermometer
tot wij de wateren van de berg vinden zouden.Op Santorini eilanden beroerend die verzinken
een fluit beluisterend die ergens op de puimsteen speelt
werd mijn hand aan het dolboord genageld
door een pijl plotseling afgeschoten
van de grenzen van een voorbije jeugd.In Mycene tilde ik de grote stenen op en de schatten der Atriden
en sliep met hen in hotel ‘Schone Helena van Menelaos’;
ze verdwenen pas ’s morgens toen Kassandra kraaide
met een haan die aan haar donkere hals hing.
Op Spetses op Poros en op Mykonos
ergerde ik mij aan de zeemansliedjes.

Wat willen al degenen die beweren
dat ze in Athene of in Piraeus zijn?
De een komt uit Salamina en vraagt de ander
of hij ‘van Omonia komt’. ‘Nee van Syntagma’
antwoordt die en is vergenoegd
‘Ik trof Yannis, hij bood me een ijsje aan’.
Intussen reist Griekenland
wij weten niets weten niet allen ontscheept te zijn
weten niet hoe droef de haven is na het vertrek van alle boten
we lachen hen die begrijpen uit.

Jorgos Seferis (vertaling Hans Warren en Mario Molengraaf – met enkele aanpassingen

Με τον τρόπο του Γ. Σ

Όπου και να ταξιδέψω η Ελλάδα με πληγώνει.
Στο Πήλιο μέσα στις καστανιές το πουκάμισο του Κενταύρου
γλιστρούσε μέσα στα φύλλα για να τυλιχτεί στο κορμί μου
καθώς ανέβαινα την ανηφόρα κι η θάλασσα μ’ ακολουθούσε
ανεβαίνοντας κι αυτή σαν τον υδράργυρο θερμομέτρου
ώσπου να βρούμε τα νερά του βουνού.Στη Σαντορίνη αγγίζοντας νησιά που βουλιάζαν
ακούγοντας να παίζει ένα σουραύλι κάπου στις αλαφρόπετρες
μου κάρφωσε το χέρι στην κουπαστή
μια σαΐτα τιναγμένη ξαφνικά
από τα πέρατα μιας νιότης βασιλεμένης.Στις Μυκήνες σήκωσα τις μεγάλες πέτρες και τους θησαυρούς των Ατρειδών
και πλάγιασα μαζί τους στο ξενοδοχείο της «Ωραίας Ελένης του Μενελάου»·
χάθηκαν μόνο την αυγή που λάλησε η Κασσάντρα
μ’ έναν κόκορα κρεμασμένο στο μαύρο λαιμό της.
Στις Σπέτσες στον Πόρο και στη Μύκονο
με χτίκιασαν οι βαρκαρόλες.

Τι θέλουν όλοι αυτοί που λένε
πως βρίσκουνται στην Αθήνα ή στον Πειραιά;
O ένας έρχεται από τη Σαλαμίνα και ρωτάει τον άλλο μήπως «έρχεται εξ Oμονοίας»
«Όχι έρχομαι εκ Συντάγματος» απαντά κι είν’ ευχαριστημένος
«βρήκα το Γιάννη και με κέρασε ένα παγωτό».
Στο μεταξύ η Ελλάδα ταξιδεύει
δεν ξέρουμε τίποτε δεν ξέρουμε πως είμαστε ξέμπαρκοι όλοι εμείς
δεν ξέρουμε την πίκρα του λιμανιού σαν ταξιδεύουν όλα τα καράβια·
περιγελάμε εκείνους που τη νιώθουν.

Γιώργος Σεφέρης

Homo homini lupus est

Homo homini lupus est

2022 kan nog voor allerlei zaken het “jaar van…” worden.  Zo komen nóg een reeks Griekse letters in aanmerking, jammer genoeg.  Maar bijna zeker wordt het in Vlaanderen ook een beetje het “jaar van de wolf”.  In de vorige N-VA/PLE Nieuwsflits heb ik daarover een stukje in de vorm van een sprookje geschreven.    De kans was iets te mooi om te te laten liggen, ook al omdat ik zo de tweespalt in de meerderheidscoalitie over landbouw en milieu mooi kon in beeld brengen.  Ik heb begrepen dat niet iedereen er de humor van inzag, wat jammer is.  Maar ik denk niet dat dat aan mij lag, zelfs voor een sprookje was de boodschap nog erg evenwichtig.

Zelf vind ik de terugkeer van wolven naar Vlaanderen overigens niet zo’n eenvoudig verhaal.  Principieel wel : de wolf hoort thuis in ons ecosysteem, en dat er hier terug wolven rondlopen is een teken dat het wat beter gaat met onze natuur.  Maar het is wel een “moeilijk beestje”, natuurlijk.  Als een mens zomaar onverdoofd en ook nogal willekeurig schaapjes zou ombrengen, zou dat uiteraard als wreedheid bestempeld en hopelijk ook bestraft worden.  Als een mens zijn hond ertoe zou aanzetten om dat te doen, dan geldt hetzelfde – ook al is die hond uiteindelijk ook gewoon een Canis lupus die zich wat te lang bij de mens heeft opgehouden.  Maar de originele Canis lupus, de wolf dus, die mag schaapjes doodbijten, want dat ligt in zijn natuur.  Dat is ook zo, maar als ik een schaap was zou ik dat onderscheid wellicht niet geheel relevant vinden.  En natuurlijk is het in de eerste plaats aan de schapenhouders (of houders van andere weerloze dieren) om die tegen de wolf te beschermen.  Maar dat zij nu niet meteen hadden gerekend op de terugkeer van een grote carnivoor in Vlaanderen vind ik ook weer niet zó vreemd.  Een kleinere soort, pakweg een insect, die ook terugkeert naar Vlaanderen na een eeuw afwezigheid, zouden we die ook sowieso verwelkomen ? Of slaan we het gewoon plat, als het een vervelende steekmug blijkt ? Dat steken ligt nochtans ondubbelzinnig in diens natuur.

De discussie zou ook heel anders worden als de wolf zich enkel ongezien te goed zou doen aan konijntjes in het bos.  Wat dan op zich eigenlijk óók weer raar is, want waarom is dat konijn meer vogelvrij dan het schaap ? Dat kan niet alleen een economische kwestie zijn, toch ? We vinden die doodgebeten schaapjes toch niet enkel erg omdat ze de eigenaar geld kosten ? En anderzijds verwelkomen we de wolf toch niet net omdat hij de landbouwer even op zijn plaats zet ? Ook daar zou ik als schaap van de rekening niet meteen de rechtvaardigheid van inzien, en mocht ik kunnen praten in plaats van te blaten zou ik desgevallend toch wel wijzen op enige hypocrisie van de al dan niet vegetarische natuurbeschermer.  En ja, die natuur is nu eenmaal wreed.  Maar wij niet.  En laten we wel wezen : er is niet veel natuur meer die wij niet op één of andere manier geschapen hebben, al dan niet naar ons beeld en gelijkenis.  We zouden die natuur beter terug loslaten, op termijn, maar dat is voer voor een ander stukje dat al lang wacht om uitgeschreven te worden.  Vooralsnog volstaat de vaststelling dat die wolf ook niet helemaal spontaan op eigen initiatief teruggekomen is, maar als gevolg van het (sterk verbeterde) natuurbeleid dat wij gevoerd hebben.

De wolf is des mensen wolf, om op mijn titel te variëren.  Welkom terug in ons midden.  Maar in tegenstelling tot sprookjes is het echte leven niet altijd zwart-wit.

Een beetje Puur(s) Geluk in 2022 ?

Een beetje Puur(s) Geluk in 2022 ?

2021 was het jaar van de hoop.  Hoop dat het vaccin een einde zou maken aan de Coronapandemie, vooral.  Hoop ook dat het einde van het Trump-bewind de wereld weer wat veiliger zou maken, en het klimaatbeleid op een juister spoor zou zetten.  Hoop dat het Brexitproces kon worden afgesloten en de rust in de relatie tussen het VK en  de EU zou weerkeren.  Om er maar een paar te noemen.

Maar 2021 bleek een jaar waarvan we te veel verwachtten.  Covid bleef hoogstens enkele dagen uit het nieuws, in de zomer.  De delta- en omikronvariant zorgden enkel voor blijdschap omdat ze de aandacht op het Griekse alfabet richtten, maar ik kan het niemand kwalijk nemen dat dit wel een erg magere troost is.  De vaccins bleken heel veel te helpen om de pandemie enigszins binnen de perken te houden, maar het rijk van de vrijheid brak ng niet meteen aan.  De klimaattop in Glasgow (met Essense burgemeester) zette wel stappen vooruit, maar het had toch nog méér mogen zijn.  En het lijstje met teleurstellingen kan nog wel wat langer.

Op persoonlijk vlak was het ook geen gemakkelijk jaar voor mij, al zijn er veel mensen met veel meer redenen om te klagen.  Ik ben ook de hele pandemie nogal beu, maar ook op dat vlak moet ik eigenlijk heel tevreden zijn dat de impact in mijn omgeving eerder beperkt is gebleven.  En het jaar bracht ook  enkele leuke ontwikkelingen en momenten.  Met dank aan al wie daar een rol in speelde.

Desalniettemin lijkt het me best om niet te veel verwachten van 2022.  Wat minder pandemie, een paar stapjes in de richting van een wat koelere en betere wereld, hier en daar een duidelijke en goede beleidskeuze, een (wel alleen figuurlijk dus) nog warmer Essen, en een beetje geluk en vreugde voor al de mensen waar ik om geef.  En als ik dan dit jaar niet per ongeluk in Puurs beland terwijl ik in Antwerpen moet zijn, dan is dát alvast beter dan dit jaar.

Mocht ik dus opnieuw dezelfde foto maken dit jaar, dan hoop ik dat het is omdat op wonderbaarlijke wijze Puurs plots een doel werd.  Ik laat me graag verrassen.

Help, de dokter verzuipt !

Help, de dokter verzuipt !

“Is er een dokter in de zaal ?”. Letterlijk was dat op de gemeenteraad eergisteren alvast niet het geval. Er was geen dokter, want het is alweer vele jaren geleden dat er nog eens een medicus raadslid was (dr. Sonia Schellens zetelde een tijdje voor CD&V). En er was ook geen zaal, want wegens Covid-omikron zou dat medisch (!) niet verantwoord zijn geweest. Desalniettemin stond de huisdokter wel degelijk hoog op de agenda van de gemeenteraad. Of toch de afwezigheid van die huisdokter…

Essen kampt immers met een huisartsentekort. Eigenlijk kampt heel Vlaanderen met een dergelijk tekort, maar bij ons werd het plots erg acuut wegens vertrek en pensionering van enkele huisartsen. De volledige analyse van de oorzaken van dat tekort kan ik niet maken, maar de veranderde relatieve maatschappelijke positie van meneer doktoor speelt zeker een rol. Het belangrijkste aspect is niet dat de job zoveel zwaarder is geworden, al zal er wel iets veranderd zijn : patiënten die veeleisender en mondiger geworden zijn (met hulp van dokter Google), de samenleving is diverser geworden… Zeker nu in Covidtijden „verzuipt” de dokter ongetwijfeld in het werk, maar de vraag is of dat pakweg 30 jaar geleden zoveel anders was. Anderzijds is de medische wetenschap wel gevorderd en helpt de technologie ook de arts zelf.  Ook de verloning is niet echt achteruitgegaan, natuurlijk. Maar in vergelijking met veel andere beroepen was de vooruitgang beperkter, en dat vermindert ongetwijfeld de bereidheid om altijd beschikbaar te zijn en zeer hard te werken voor wat anderen in minder zware beroepen ook kunnen verdienen. Daarmee samenhangend speelt ook de vervrouwelijking van het artsenberoep een rol – een complexe rol van oorzaken, gevolgen en correlatie zonder causaliteit.

De gelijkenis met onderwijzers en leerkrachten is daarbij opvallend. Ook de meester moest wat prestige inleveren en kreeg te maken met „lastiger klanten”, maar de verandering is toch ook vooral relatief. Was het onderwijs vroeger een uitweg voor wie uit een dorp kwam en studerend hogerop wilde raken, die rol is al enkele decennia uitgespeeld.  Zodat de intellectueel die vroeger voor de klas zou hebben gestaan nu ergens als onderzoeker werkt, bijvoorbeeld.

Maar huisarts of onderwijzer worden, is dat dan geen roeping ? Dat brengt me bij mijn derde beroep in dezelfde categorie. Pastoor is ook al een knelpuntberoep geworden. Voor minstens een deel om soortgelijke redenen.  En als de katholieke kerk niet zo koppig zou zijn, zou het beroep ook al lang veel meer vrouwen dan mannen hebben aangetrokken. Natuurlijk zijn veel beroepen ook een beetje een roeping, maar zelfs in de bijbel ontkiemt het zaad niet dat op de rotsen valt. De medische roepingen worden eerder arts-specialist, en de Heer lijkt er zich mee te hebben verzoend dat wie destijds zijn priesterkorps versterkte nu eerder maatschappelijk werker of manager zal willen worden. In elk geval dringt Hij niet sterk aan…

De geneeskunde heeft met de kerk gemeen dat de organisatie ervan zich moeilijk aan de nieuwe realiteit aanpast. Het onderwijs lijkt wat flexibeler, met alle voor- en nadelen van dien. Wellicht kan de rol van de huisarts wat worden ingeperkt, zowel administratief als (para-)medisch. Waarmee ik niet pleit voor een al te eenvoudige directe toegang tot specialisten, want dat leidt dan weer tot medische overconsumptie. Maar de arbeidsvoorwaarden moeten ook anders kunnen. Er lijkt mij meer ruimte voor huisartsen die in een vorm van loondienst werken, van 9 tot 5 (en af en toe met een wachtdienst), en die verbonden zijn aan een grotere praktijk waar alle patiënten gedeeld worden. Specialisten in ziekenhuizen kunnen misschien ook een dag per week of zo in een dergelijk systeem worden ingeschakeld. Het staat het me wel voor dat het denkproces over noodzakelijke aanpassingen eerder traag op gang komt, want deze evolutie ziet iedereen toch al wel enige jaren aankomen – het lijkt me allemaal nogal kortzichtig, al geef ik toe dat ongetwijfeld toch iets sneller gaat of zal gaan dan in het Vaticaan. Maar wellicht zie ik niet wat er gebeurt en ook niet helemaal wat er moet en kan gebeuren, en ontbreekt het mij aan voldoende kennis van zaken hierover…

Die kennis van zaken heb ik ook niet echt nodig, want de organisatie van de geneeskunde is geen gemeentelijke bevoegdheid. Mee een oplossing zoeken voor het plaatselijke huisartsentekort is dat wel. In de verkiezingscampagne van 2018 hebben wij alvast heel hard gepleit voor een huisartsenwachtpost in Essen. Jammer genoeg hebben CD&V en Vooruit bij het uitdenken en opzetten van het Zorgpunt dat de Polykliniek gaat vervangen daar onvoldoende prioriteit aan gegeven. Toegegeven, het was niet bij voorbaat zeker of het wel zou gelukt zijn, want er zou veel samenwerking en overleg noodzakelijk zijn geweest. Maar het zou voor Essen wel belangrijker zijn geweest dan het voorzien van sommige medische specialiteiten in het Zorgpunt. Wat hebben we er tenslotte aan dat we in Essen naar de cardioloog kunnen als we naar Brasschaat moeten voor de huisarts ?

Ontwaakt !

Ontwaakt !

Kameraden ! Het geld van den arbeider en den boer -en en passant ook van de andere klassen- verdwijnt in de zakken van de banken. Den aandeelhouder strijkt den intrest op van de zuurverdiende centen die gij hebt bijeengespaard. Wat gij afdraagt aan de gemeente via de belastingen wordt door het schepencollege op een spaarrekening gezet, waarna de bank er maandelijks zichzelve van bedient. Ontwaakt, gij die zelf uw geld wel beter kunt gebruiken, zeker in deze tijden van pest en cholera, of toch corona. Ge zoudt er brood mee kunnen kopen, haver voor uw trekpaard of uwen winkel mee draaiende kunnen houden. Als het openbaar bestuur er nu nog iets mee zou doen, met uw geld, welaan dan. Maar de putten in de wegen worden er evenmin mee gevuld als dat den minder begoede medeburger ermede wordt vooruitgeholpen. Het geld ligt daar te liggen, als een ijsberg die stukje bij beetje afsmelt en waarvan het smeltwater naar de onmetelijke zee van het grootkapitaal vloeit.

Kameraden, zo kan het niet langer. De gemeente kan op negatieve rente besparen door uw geld aan u terug te geven. Beter voor u, en beter voor de gemeente. Alleen den bankier lijdt eronder. Daarmee komen geen plannen in gevaar, en den leninglast der gemeente Essen is al zo laag dat een goede huisvader er met den lagen rentestand beschaamd van zou worden. Een belastingvermindering is een kwestie van rechtvaardigheid ! Eenmalig desnoods, als de dames en heren van het schepencollege niet geloven dat het structureel met minder kan. Maar het moet gedaan zijn met onze centen naar de sjieke kantoren van Belfius en andere banken te dragen. De tsjeven hebben zich al eens flink aan die steen gestoten, dat mag geen tweede keer gebeuren. Het geld van den werker mag niet langer het profijt van den bankier dienen. Omlaag met die belastingen !

Zo, daarmee is mijn tussenkomst voor het budgetdebat in de gemeenteraad ook geschreven. Wel handig als je de meest linkse partij in de raad bent !

Afgerond

Afgerond

Examenstress ! Zoveel jaren lang werd ik er wekenlang aan onderworpen.  En uiteraard ben ik lang niet de enige.  Hoe een mens dat volhoudt is toch wel enigszins een raadsel.  Het helpt wellicht om jong te zijn.  Begin oktober heb ik er nog eens van geproefd.  Helemaal vrijwillig dan nog.  In een zaaltje in een Brusselse hogeschool heb ik eerst meer drie uur schriftelijk examen afgelegd, en daarna nog een klein halfuurtje mondeling.  Bij het schriftelijke deel speelde de tijdsdruk een (wat mij betreft onredelijk) grote rol.  Na een hele reeks lees- en luisteroefeningen volgde dan het onderdeel dat we vroeger “opstel” noemden.  Twee handgeschreven teksten produceren over “fake news” en “het juiste evenwicht tussen gezondheids- en economische maatregelen bij een pandemie” is sowieso geen sinecure.  Maar neem van mij aan dat het in het Grieks nog wat uitdagender is.  Met zo weinig tijd dat de tekst één keer nalezen het hoogst haalbare bleek.  Net genoeg om de meest dramatische fouten nog snel recht te zetten, maar niet om krakkemikkige zinsconstructies alsnog tot iets leesbaars op te waarderen (voor wie het zich zoals ik nog nauwelijks herinnert, bij het schrijven op papier kan je nadien niet zo eenvoudig iets corrigeren…).

Niet dat ik mag klagen, want ik legde het examen af samen met drie tieners.  Met één -een kind van een Nederlandse en een Griekse ouder- had ik tussen het mondeling en het schriftelijk nog een gesprekje, en hij vond dat thema over de pandemie toch wat moeilijk.  Ik heb in mijn tekst daarover met het SURE-initiatief van de Europese Commissie, met onze tijdelijke werkloosheid en het Griekse equivalent daarvan (Synergasia) geschermd, maar ik heb er nogal veel begrip voor dat de gemiddelde 16-jarige daar niet meteen mee vertrouwd is.  Aangezien vooral tieners van Griekse afkomst aan de examens deelnemen lijkt het mij dat er meer gepaste thema’s zijn voor een examenvraag, maar wie ben ik ?

Het Centrum voor de Griekse Taal, dat de examen organiseert, stuurde vervolgens al het papier dat ik volschreef en de opname van mijn mondelinge proef naar Thessaloniki, kwestie van de objectiviteit volledig te waarborgen.  Gisteren kwam het resultaat terug.  Ik bleek geslaagd, met onderscheiding bovendien.  Daarmee heb ik het C2-niveau voltooid en mag ik mezelf een “vaardig” (of near-native) gebruiker van het Grieks noemen.  Het is ook het hoogste van de niveaus in het Europees Referentiekader, en het hoogste examen dat de Griekse overheid organiseert, dus ben ik meteen ook van deze zelf opgelegde examenkwelling verlost.  Wat niet betekent dat ik ga ophouden met bijleren, want een taal beheers je nooit volledig – en ook voor een “vaardig” gebruiker blijft het Grieks moeilijk en verraderlijk.  Maar het certificaat is toch wel een beloning voor de geleverde inspanning.

Vorig jaar heb ik hier een review van Grieks lesmateriaal geschreven, en de woordenlijsten waarnaar daarin wordt verwezen heb ik bij deze gelegenheid aangevuld.

Danke schön

Danke schön

Sehr geehrte Frau Bundeskanzlerin,
Beste Angela Merkel,

Velen hebben de voorbije weken iets geschreven naar aanleiding van uw afscheid. Ik wil daarbij uiteraard niet achterblijven, maar wist al vooraf dat ik op uw Großer Zapfenstreich zou wachten. Een mooie traditie om op een waardige manier afscheid te nemen van toppolitici in uw Bondsrepubliek.

Ik heb u in de voorbije zestien jaar dat u Duitsland leidde -het éne Duitsland, wat voor u een enorme betekenis moet hebben gehad als oud-DDR-burger- één keer in het echt ontmoet. U bent toen, bovendien, zowaar náást mij komen zitten. Een chef protocol had die dag in Milaan wellicht niet helemaal goed zijn huiswerk gemaakt. Het bordje waar ik achter zat had ongetwijfeld een bank naar achter geschoven moeten worden voor dat deel van de vergadering waar de staatshoofden en regeringsleiders aanschoven. Maar het was blijven staan. En dus zat ik naast de toenmalige voorzitter van het Europees Parlement, uw landgenoot (en latere onsuccesvolle tegenkandidaat bij de verkiezingen) Martin Schulz. Die stond op een bepaald moment op om druk te gaan telefoneren. En u profiteerde daarvan om naast mij te komen zitten ! Toegegeven, dat was vooral om met de man aan de andere kant van Schulz’ zitje te overleggen : mijn landgenoot Herman Van Rompuy, toen voorzitter van de Europese Raad. En met José Manuel Barroso die nog een plaatsje verder zat en voorzitter was van de Europese Commissie. Desalniettemin. Ik geef toe dat ik nadien heb nagevraagd of er foto’s waren, maar dat bleek niet het geval. En het was niet de setting voor een selfie. Zo moeten we het dus met onze herinnering stellen. Althans : ik weet het nog. En koester het een beetje, want ik ben een fan van u.

Als u mij een beetje kende zou u nochtans weten dat ik het niet zo heb voor de christen-democratie. Ooit is dat wellicht een betekenisvolle ideologie geweest. Maar ze is al lang verworden tot een lege doos (een kwal, naar het gevleugelde woord van Louis Tobback) die althans in West-Europa nergens meer voor staat – de hardnekkige verdediging van de industriële landbouw uitgezonderd. Het enige wat de christen-democraten bindt is de overtuiging dat ze beter besturen dan de anderen. De macht dus. Dat neemt uiteraard niet weg dat vele christen-democraten ook inderdaad goede bestuurders zijn, maar de kans daarop is niet groter dan elders in het politieke landschap. Velen hebben ook een degelijk moreel kompas, maar ook dat is niet gegarandeerd. En niet weinigen nemen als het moet wel degelijk hun verantwoordelijkheid. Net zoals vele (neen, ook niet alle) liberalen of socialisten dat doen, maar die hebben dan bovendien ook nog een visie.

Maar die vaststellingen, samen met een historisch sterke positie in het Rijnland dat ons bindt, maken ook dat de christen-democratie een aantal grote staatsmannen heeft voortgebracht. Zoals Jean-Luc Dehaene bij ons, die de problemen áls ze zich stelden wel aanpakte. Uw grote voorgangers Konrad Adenauer en Helmut Kohl, uiteraard. In dat laatste rijtje mag uw naam wat mij betreft worden bijgeschreven. Nadat de titel is veranderd : staatsman/vrouw. Ook voor het doorbreken van dat „glazen plafond” hebt u zonder feministisch tafelspringer te zijn zéér veel betekend. Uw opvolger voerde campagne met de slogan dat hij ook een goede Bundeskanzlerin zou zijn. In het vrouwelijk, dus. Hij moet het nog maar eens bewijzen.

Uiteraard kan er kritiek op u worden gegeven. In die zestien jaar waren niet al uw beslissingen even verstandig. En voor velen „merkelde” u soms te veel : blijven weifelen tot het probleem onontkoombaar is. Ik kreeg er professioneel soms mee te maken; er is een voorstel van de Commissie uit 2008 waarvan gezegd wordt dat we zullen weten welke kant de besluitvorming uitgaat eens Duitsland heeft beslist. Dat zeggen we nu wel al dertien jaar…  En inderdaad, soms nam u uw tijd, maar dat onderscheidde u meteen ook van veel politici die meegaan met de waan van de dag.

Ik waardeer daarnaast het grote respect dat u altijd hebt gehad voor wie het niet met u eens was. U zal wel eens uw geduld verloren hebben, maar werd zeer zelden persoonlijk. Hoogstens kon er eens een wanhopige blik af. In tijden van al te grote polarisatie een groot goed.

Het lijkt erop dat de nieuwe Duitse regering een frisse wind wil doen waaien, en -toegegeven- op een aantal vlakken mag dat ook wel. Desondanks gaan ze in de Bondsrepubliek, en wij in Europa al helemaal, uw leiderschap, uw moreel gezag, uw wijsheid en uw minzaamheid missen.

Herzlichen Dank, Frau Merkel. Het ga u goed. En als we elkaar nog eens tegenkomen, opnieuw in Milaan of elders, moeten we misschien toch eens bijpraten.

Reisvaardig

Reisvaardig

Twee dienstreizen binnen de tien dagen.  Tot februari 2020 draaide ik er mijn hand niet voor om.  Desnoods vloog ik van Dublin naar Luxemburg of van Helsinki naar Nicosia.  In februari 2020 was ik op korte tijd nog in Parijs, Bangkok en Genève.  En toen werd alles anders.  Sindsdien nam ik geen snelle treinen meer, en ik nam ook nog enkel het vliegtuig voor een zomervakantie in Griekenland.  Tot nu dus.  De bestemmingen waren geen onbekend terrein : Bratislava en (opnieuw) Genève.  Maar desondanks voelde het erg onwennig…

Ik was in Bratislava voor de openingsconferentie van de European Labour Authority; “opening” omdat het gebouw in Bratislava plechtig werd geopend, de Authority zelf is al sinds 2019 aan de slag, al gaat het nog steeds wel om een organisatie in opbouw.  Ik mocht een “keynote speech” uitspreken op de conferentie, en zat de volgende dag ook de Management Board voor.  In een “hybride vergadering”, met de helft van de deelnemers online en de andere helft in de zaal in Bratislava.  Waar we de hele tijd een FFP2-masker ophielden (uiteraard behalve tijdens de maaltijden).  Slovakije heeft strenge regels.  In Genève, waar we de ILO bezochten en ook een overleg met Zwitserse collega’s hadden, bleken de regels dan weer wat minder streng.  Het leek allemaal niet meteen een verband te houden met de epidemiologische toestand, maar het is nu eenmaal nog steeds een kwestie van zoeken naar de juiste evenwichten.  Ik maak me daarbij ook wel eens kwaad over een te late, te vroege of niet 100% consequente maatregel, maar het is nu eenmaal niet gemakkelijk : het Covidvirus blijkt zich niet te houden aan de schema’s die we er hebben vooropgesteld.

Zo ziet het er dus ook alweer naar uit dat mijn twee reizen voorlopig geen vervolg zullen krijgen.  Dat is jammer, vooral omdat Zoom, Teams en andere technologieën nu eenmaal een onvolmaakt substituut zijn voor echt overleg.  Maar het is nu eenmaal niet anders – enig fatalisme is een noodzaak om de pandemie door te komen.  We zien wel.  Al had ik toch echt wel graag een (min of meer coronavrije) kerstmarkt op het programma geplaatst in de volgende weken.  Een gluhwein in je eigen living is toch niet hetzelfde.  Al zal me dat desgevallend toch niet tegenhouden.

Schot in de (rode) roos

Schot in de (rode) roos

Een Essense socialist als burgemeester.  Ik heb lang geloofd dat het de kortste weg was naar een bestuur zonder CD&V in onze gemeente, maar dat geloof ben ik in verschillende fasen helemaal kwijtgeraakt.  En in een bestuur met CD&V is voor de socialisten alleen de tweede viool weggelegd.  Maar wat in Essen niet kan, bleek zowaar elders wel mogelijk.  Neen, niet in een buurgemeente of wat verderop in Vlaanderen.  Geen sant in eigen land.  Zelfs niet over de Nederlandse grens.  Wel, zowaar, in de grootste stad van Schotland – en de op vier na grootste van het (vooralsnog Verenigde) Koninkrijk aan de andere kant van de Noordzee.  Philip Braat is de Lord Provost van Glasgow.  De burgemeester dus.  Maar hij groeide hier op, voetbalde zoals het een socialist betaamt bij Excelsior Essen, noemt zichzelf een trotse Essenaar en in zijn Nederlands klinken de lokale klanken alleszins nog door.  Hij mag dan wel stellen dat hij premier De Croo in het Nederlands heeft begroet, ik ga ervan uit dat hij eigenlijk in het Essens sprak.  Gelukkig voor De Croo is dat een minder zwaar accent dan het Schots voor de Engelsen – Schotland is de enige plaats ter wereld waar ik ooit in het Engels de weg heb gevraagd en het antwoord vervolgens niet heb begrepen, ook niet na het twee keer opnieuw te vragen.

Braat, die sinds 2007 voor Scottish Labour in de gemeenteraad van Glasgow zetelt, nam de functie van Lord Provost vorig jaar over, nadat zijn voorgangster moest aftreden na een dispuut over haar onkostenvergoeding.  En zo kreeg de oud-leerling van de Erasmusschool én het College in Essen de kans om als burgemeester de groten der aarde in zijn stad te ontvangen tijdens de klimaattop COP26.  Dat hij zelf ook veel belang hecht aan klimaatbeleid heeft hij overigens met die andere Essense socialisten -die in ons wat meer bescheiden gemeentehuis aan het Heuvelplein- én met mij gemeen.  Het past natuurlijk ook wel voor de stad die de klimaattop ontvangt.  Of die top een succes of een mislukking moet worden genoemd, daarover is nog wat discussie mogelijk.  Mij lijkt het een stap vooruit (pun not intended) maar er zal nog meer nodig zijn om de opwarming van het klimaat af te toppen.  Dezelfde vaststelling geldt overigens ook voor de klimaatplannen die hier ten lande werden opgemaakt.  Maar voor Glasgow en zijn burgemeester is het alleszins een goede zaak geweest om gastheer te kunnen spelen.

We mogen er best wel trots op zijn, vind ik, op “onze” burgemeester bij de Schotten.  Hopelijk slagen we erin om hem snel eens naar hier te halen.

De informatie uit mijn stukje komt van het internet, onder meer van dit artikel, maar ook uit het artikel dat Guy Van den Broek in 2017 in De Spycker over Braat schreef.
Op het programma

Op het programma

Ik heb leren programmeren toen ik een jaar of elf was.  Misschien wel vooral omdat de computer die mijn vader had gekocht me mateloos fascineerde, en programmeren zowat het boeiendste was dat je daar toen mee kon doen.  Ik leerde BASIC uit een boek, en ook uit de Engelstalige handleiding die bij de computer was bijgeleverd – niet dat ik ooit Engels had geleerd, maar dat maakte niet zoveel uit blijkbaar.  BASIC was een erg flexibele en weinig formeel gestructureerde programmeertaal, die daarmee aanzette tot grote slordigheid.  Ik ben er een slordig programmeur door gebleven.  Gelukkig heb ik zo goed als altijd programma’s afgeleverd die alleen ik zelf moest begrijpen.  Maar zelfs dat bleek nadien niet altijd evident.  Zodat het bijstellen van een programma soms veel tijd vergde.  Want ik had best wel serieuze dingen gemaakt voor mijn vader, zoals een toepassing voor zijn facturatie.

In de middelbare school leerden we TurboPascal, waar ik voordien ook zelf al enkele stappen in had gezet.  Het was veel meer écht programmeren dan BASIC, maar uiteindelijk kon je er niet echt iets meer mee.  En omdat ik mijn succesvolle toepassingen nu eenmaal in die taal had ontworpen, leerde ik het niet echt goed.  Al haalde ik wel goede punten, want de opdrachten die we kregen waren niet zo moeilijk.  Aan de unief kregen we het vak programmeren in zijn meest theoretische vorm : we moesten algoritmes kunnen schrijven, maar ik herinner me niet dat we die ook echt op een computer moesten kunnen laten werken.  Een beetje zoals theoretische zwemlessen toch wel.  Heel veel deed ik er niet mee.

Pas later, toen de websites ontstonden, pakte ik de draad echt terug op.  In de mate dat HTML een programmeertaal is, leerde ik daarvan wat ik nodig had om de code aan te passen die FrontPage of andere toepassingen voor mij ontwierpen.  Ik leerde mijn plan trekken met het aanpassen van door anderen gecreëerde JavaScripts, en als ik niet vond wat ik zocht maakte ik er ook wel eentje zelf – dat dan vaak ingewikkelder was dan die gezochte, want anders had ik het wel kant-en-klaar gevonden, natuurlijk.  Maar uiteindelijk was het de combinatie PHP/MySQL die me opnieuw echt aan het “coderen” kreeg.  Dat mag nét iets slordiger dan TurboPascal, al vergeeft het je niet als je een puntkomma vergeet.  En vooral, het bleek een zeer krachtige tool om websites net iets meer te laten zijn dan een visueel uithangbord.  De site van Essen in Beeld is een product daarvan.

De meeste websites die ik ontworpen had raakten de laatste jaren stilaan “uit de mode”, bijvoorbeeld omdat ze zich niet aanpassen aan smartphones en tablets.   Dat deed eerst degenen voor wie ik ze had ontwerpen en later mijzelf overstappen naar content management systemen zoals WordPress, waarop deze site nu draait, en waarbij de PHP door het systeem zelf gemaakt wordt en goed verborgen zit, zodat er alleen uitzonderlijk nog geprogrammeerd moet worden.  Dat maakt ook dat ik altijd wat bang ben als ik aan Essen in Beeld toch iets moet veranderen, want hoe zat dat ook alweer in elkaar ? Maar de site hermaken zit er voorlopig niet in : de Heemkundige Kring plant een nieuwe website en daar wacht ik op.

Ondertussen ontdekte ik wel een andere omgeving.  Eigenlijk moet je er niet eens voor kunnen programmeren : IFTTT laat je toe om allerlei toepassingen aan elkaar te koppelen, volgens het basisprincipe “if that then that”, één van de meest zinvolle maar ook één van de meest basale programmeercommando’s .  Wil je een sms ontvangen wanneer je het licht aandoet ? Dat kan geregeld worden.  En dat is maar één van de talloze mogelijkheden.  Omdat ik in mijn huis enkele (kleine) “smart”-systemen heb, vind ik het wel leuk om daarmee wat te experimenteren – als die systemen bijvoorbeeld “scènes” of “routines” mogelijk maken, wordt het arsenaal van mogelijke koppeling meteen uitgebruid.  Maar ook wie dat niet heeft en bijvoorbeeld zijn Facebook- en Twitteraccounts aan elkaar wil linken kan IFTTT gebruiken.  Wie het allemaal nog wat meer programmeerbaar wil, kan de link maken met Apilio, en ook echte variabelen maken bijvoorbeeld.  Wat ik dus ook doe : zo bepaalt de buitentemperatuur in de namiddag mee of mijn verwarming al dan niet opgeladen wordt ’s nachts.

Of hoe het programmeerbloed toch een beetje kruipt waar het niet kan gaan.  Wat ook maakt dat ik soms net iets verder met ICT’ers of andere programmerenden kan meepraten dan ze voorzien hadden.  Zo heb ik ooit voorgesteld om een toepassing die volgens ICT weken lang ontwikkelingstijd nodig had in een dag of twee zelf te maken.  Toen bleek het plots toch niet zó moeilijk meer…