Archief van
Categorie: Politiek algemeen

Een week is een eeuwigheid

Een week is een eeuwigheid

De week waarin de wereld veranderde. Minder dan een maand na zijn tweede eedaflegging is definitief gebleken dat de tweede termijn van Trump fundamenteel anders wordt dan de eerste – zoals wellicht iedere verstandige waarnemer zag aankomen, maar tegen beter weten in hoopte dat het opnieuw zal gaan zoals de eerste keer. Die eerste termijn was erg slecht voor de wereld en voor de VS, maar Trump werd afgeremd, bijgestuurd, onder controle gehouden door vaak erg conservatieve maar niet ondemocratische, niet roekeloze en niet onverstandige lieden in zijn regering en administratie. Niets van dat nu. De nieuwe Trump stelde een hofhouding samen met trouwe volgelingen die indien ze al niet geheel van het padje af zijn bereid zijn om alle dwaasheden en gevaarlijke extreem-rechtse denkbeelden van de president te volgen. Binnen de Republikeinse partij durven weinigen nog opstaan tegen het MAGA-Blok. Met Elon Musk heeft Trump bovendien zowel een propagandaminister, een steenrijke financier en een leerling-tovenaar die bereid is om op elk domein eerst te doen en dan te denken – het buitenzetten van de mensen die het kernwapenarsenaal beveiligen werd op tijd teruggedraaid, maar hoe effectief zijn mensen nog die je eerst ontslaat en dan terug aanneemt, en vooral : hoe pakt het de volgende keer uit ?

Hoe het ook zij, de VS wordt tot nader order bestuurd door een regime dat gelooft in leugens, samenzweringstheorieën, fake news en Russische propaganda. De uitspraken van Trump over Oekraïne, die van vice-president Vance in Munchen en de onderhandeling in Saoedi-Arabië met het Poetinregime hebben duidelijk gemaakt dat de VS is het beste geval een uiterst onbetrouwbare bondgenoot is geworden – in het slechtste geval een tegenstander van Europa. Bij Trump ga je altijd best uit van het slechtste geval. Dat is een verandering van het paradigma dat minstens sinds Pearl Harbour maar mogelijk sinds het tot zinken brengen van de Lusitania de Atlantische relatie bepaalde.

Dat vereist een verenigde Europese reactie. Gelukkig neemt de Franse president Macron het leiderschap op. Hopelijk beseft iedereen de ernst van de situatie en noodzaak om snel te handelen. En aangezien de VS nogal sterk blijken in het “out of the box” denken (kregen we hen maar terug in de box) zullen we dat zelf ook moeten doen. Op één of andere manier moet snel een Europese strategische ruimte tot stand komen met de EU en het VK (ook premier Starmer nam zijn verantwoordelijkheid deze week), met Moldavië en Oekraïne en al wie nog verder naar het oosten ook mee, en bij voorkeur ook met Canada. Met een politieke, militaire en economische poot. Hoeveel tijd daarvoor is ? Een week of zo.

Thue recht und scheve niemand

Thue recht und scheve niemand

Ik ben in Gdańsk, voor een conferentie georganiseerd door het Poolse EU-Voorzitterschap. Op een historische locatie : het “European Solidarity Centre” is gebouwd op de terreinen van de voormalige Leninscheepswerf.

Hier is het begonnen. Onder leiding van Lech Walesa startte hier de staking die uiteindelijk de val van het communisme in Polen en bij uitbreiding in heel Oost-Europa zou veroorzaken. Met de eis voor een vrije vakbond en voor het recht op staking. In het Centre is een mooi museum ingericht over die strijd, over Solidarność, de stakingen, de staat van beleg en hoe uiteindelijk de Communistische Partij van Jaruzelski het pleit verloor. En ook over de onvergetelijke rol van paus Johannes-Paulus II, het politieke genie van die man, zijn redenaarstalent en zijn overzettelijkheid. Bij velen is hij in de herinnering gebleven als de oude, mompelende, oerconservatieve man die het misbruik in zijn kerk niet erkende. Allemaal waar, maar er was ook de visionaire leider die het geloof gebruikte om de dictatuur in zijn land omver te werpen.

Hier rondlopen bleek me meer te ontroeren dan ik had gedacht. Je voelt de hoop en de wanhoop van de arbeiders die hier niet zomaar opkwamen voor wat betere arbeidsvoorwaarden of (godbetert) tegen vervroegd pensioen op 55 – maar staakten voor vrijheid en democratie. Het is onmogelijk om er geen lessen in te zien voor vandaag, onmogelijk om niet te denken aan nieuwe dictaturen en nieuwe Sovjets die proberen hun buurlanden te onderwerpen. Niet alleen de democratie won hier de strijd, maar ook het verenigde Europa. Zonder Solidarność eindigde de EU aan het IJzeren Gordijn. Wat hier werd gerealiseerd mogen we nooit opgeven. Want deze stad zag ook de keerzijde : de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog werden ook hier gelost – in wat toen de Vrijstaat Dantzig was. Hier beseffen ze het alleszins : de Russische beer is vlakbij en we horen zijn gegrom, en Kyiv is van ons allemaal.

Overigens is Gdańsk een bijzonder mooie stad, met een combinatie van Nederlandse en Noordduitse stijlelementen – die ze dankt aan haar status als voormalige Hanzestad. Ze doet aan Amsterdam denken, een beetje aan Gent ook, met af en toe een glimp van de Oostenrijkse flair van Krakau. Een prachtige bestemming voor een citytrip – maar misschien toch in een iets warmere periode van het jaar.

Spelregels

Spelregels

De eerste twee weken na de gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij. Het initiatiefrecht, in de gemeenten waar nog geen meerderheid is, gaat van partij veranderen. Dat initiatiefrecht is één van de nieuwe spelregels die voor deze verkiezingen werden ingevoerd. Een goed moment om de regels eens tegen het licht te houden.

De meest opvallende wijziging, zeker voor de meeste kiezers, was natuurlijk de afschaffing van de opkomstplicht. Het was niet meer verplicht om te gaan stemmen. In Essen trok ongeveer 65% van de kiezers naar de stembus. Onze getuigen in de kiesbureaus zagen vooral weinig jongeren. De eerste reactie van zowat iedereen die ik sprak was : voer de opkomstplicht terug in. Dat was ook die van mij. Ik ben nochtans altijd tegenstander van de opkomstplicht geweest, ook al vond ik dat de nationale politiek de afschaffing eerst voor zichzelf had kunnen invoeren, in plaats van ons als proefkonijn te gebruiken. Maar op 13 oktober twijfelde ik. Het blijft een probleem dat vooral jonge mensen ontmoedigd worden, blijkbaar. Anderzijds lijkt het erop dat de stemmers die niet zijn opgedaagd ofwel gewoontestemmers waren (altijd dezelfde partij) ofwel foerstemmers die zonder te kijken wie er op die lijsten stonden en wat hun ideeën zijn voor de extremen kozen. Doordat die er niet waren, lijkt het resultaat te zijn dat in gemeenten waar de mensen tevreden waren met hun bestuur de uitslag een duidelijk „doe zo voort” oplevert, terwijl in andere gemeenten een duidelijk, maar werkbaar, „graag iets anders” is. Dat is op zich voor de democratie geen slechte zaak natuurlijk.

De tweede belangrijke wijziging is de nieuwe regel voor de aanduiding van de burgemeester. De mogelijkheid om een kleinere coalitiepartij te verleiden door het burgemeesterschap af te staan, verdween. In Brussel en Wallonië bestaat die regel niet, en dus is de vergelijking interessant. Kijk bijvoorbeeld naar Rochefort, dat ik om professionele redenen wat extra heb gevolgd. Bij ons is er een factor in de onderhandelingen weggevallen. De grootste partij dient zo ook minder een „prijs” voor het burgemeesterschap te betalen, want er is geen alternatief. De legitimiteit van de burgemeester lijkt me ook versterkt. Ook binnen de eigen partij, overigens : de kiezer weet dat er ook een andere burgemeester dan de lijsttrekker mogelijk is. Waar die lijsttrekker voorbij gestoken werd is dat een bijzonder duidelijk signaal, maar ook waar het niet gebeurde is het helder. Een ander, wellicht minder verwacht gevolg, is dat de persoon met de tweede meeste stemmen op de lijst van de burgemeester óók een grotere legitimiteit heeft gekregen dan voordien. Naast een koning wordt meteen ook een kroonprins gekozen. Dat was voordien minder het geval, maar gaat tegen de volgende lijstvorming wel doordringen.

En dan is er het initiatiefrecht. Twee weken lang mag alleen de grootste partij een akte neerleggen. Dat heeft in de eerste plaats voor rust gezorgd op de verkiezingsdag zelf. Er was wat tijd. Dat is een gelukkige ontwikkeling. Vervolgens heeft het de mogelijkheid geopend om minstens enkele dagen met iedereen af te toetsen. In de meeste gemeenten heeft dat tot een doordachte, gedragen coalitie geleid, zonder de al te grote haast van voordien. Dat is winst. Anderzijds heeft de de druk op de grootste partij verhoogd om tegen het aflopen van de 14 dagen toch maar tot een akkoord te komen. De andere partijen weten dat, en kunnen proberen die druk te gebruiken door tijd te rekken. Vooral als ze weten of denken dat er niet echt een alternatief is kunnen ze zo proberen de prijs op te drijven. Het is het gevolg van dat tactisch steekspel onder tijdsdruk dat in Ranst en Izegem lokale partijen besloten om met Vlaams Belang te gaan besturen. Met de oude spelregels was dat wellicht niet gebeurd. Ook in Gent lijkt de keuze van Voor Gent voor N-VA als coalitiepartner sterk beïnvloed door de twee wekenfactor, terwijl in Antwerpen burgemeester De Wever mogelijk Vooruit nog wat langer aan het lijntje zou hebben gehouden. De regel voor het initiatiefrecht heeft wellicht nog wat verfijning nodig, maar lijkt me ook een blijver.

Al bij al is wat mij betreft het oordeel over de nieuwe spelregels vooralsnog redelijk positief – een wat meer definitief oordeel volgt natuurlijk pas wanneer de nieuwe besturen de eed afleggen. Een belangrijke les is bovendien dat spelregels er wel degelijk toe doen en een verschil kunnen maken. Tijd dus om aan een systeem van initiatiefrecht te werken voor de federale en regionale regeringen. Wat verfijnder wellicht, en met wat meer tijd dan twee weken. Maar mogelijk ook met de Bijl van Damocles van nieuwe verkiezingen aan het eind. Het zou ons nieuwe pogingen om het wereldrecord regeringsvorming te breken kunnen besparen…

Back to the future

Back to the future

In 2009 stond ik op de verkiezingslijst. Ik haalde 231 stemmen. Voor u met de Essense gemeenteraadsverkiezingen in het achterhoofd denkt “dat is niet zo slecht” : het waren nationale verkiezingen en de hele provincie Antwerpen kon op mij stemmen. Ik stond op de lijst van de SLP, de Sociaal-Liberale Partij. Waar samenkwam wat toen nog overschoot van Spirit – relatief veel mensen eigenlijk. Onze lijst in Vlaams-Brabant werd getrokken door Mohammed Ridouani, overigens. Een talent, zo bleek. Maar desondanks haalde de partij 1,09%. In Nederland zijn dat twee zetels in het parlement. In Vlaanderen kom je niet op het uitslagenbord.

Wat er nog overschoot van de partij zocht een oplossing. Dat betekende : aansluiten bij een andere partij. De keuze ging tussen Open Vld en Groen!, toen nog met uitroepteken. Het werd Groen!. Formeel ging het om een fusie. Niet dat er ooit iemand dat opmerkte. Ridouani ging bovendien naar sp.a, nu Vooruit. Ook niemand die dat opmerkte – toen toch niet.

Nu, 15 jaar later, is het tijd voor de omgekeerde operatie. Lets’s face it, beste Open VLD : het kiespubliek van kleine zelfstandigen en voorstanders van lagere belastingen, die kiezen bij nationale verkiezingen voor N-VA. Heel wat van uw economisch-rechtse mandatarissen zitten daar ook. Ze komen niet meer terug, geef ze op. Maar dat neemt niet weg dat er ruimte is voor een liberale partij, die gaat voor vrijheid, gelijke kansen, emancipatie, initiatief.

Let’s also face it, beste Groen : de linkse anti-kapitalist zit bij de PVDA, en zijn sociaal-democratische neef zit meer dan ooit gebeiteld bij het Vooruit van Conner Rousseau. De anti-vooruitgangsdenker bleek dan weer een variant van de complotdenker – je bouwt daar niet op. Maar hun standpunten, zoals het onzinnige verzet tegen kernenergie of GGOs, staan nog wel in jullie partijprogramma. Een dood spoor. Maar uiteraard is de klimaatuitdaging, een andere mobiliteit, leefbare steden, een open samenleving een basis voor een sterk politiek verhaal.

Het is dus tijd voor een omgekeerde 2009 : laat de franjes los, ze vinden hun weg wel bij de anderen. En, beste Petra De Sutter, beste Bart Somers (of vindt er een andere liberaal de kracht ?), zet de logische stap die volgt op deze column van Joël De Ceulaer (arrogant journalist die vaak heel scherp observeert) en richt de SLP opnieuw op. Groen, liberaal, ongegeneerd pro-Europa en zonder complexen economisch in het centrum – maar wel vóór technologische vooruitgang en innovatie.

Geen garantie op succes ? Bobopartij ? Niet aangepast aan tijden van populisme en radicalisering ? Wel, Macron, D66, de LibDems… tonen aan dat het niet altijd de hele tijd werkt, maar dat doet niets in de politiek. Vaak werkt het wel. En, let’s face it, ’t is dat of niets meer.

Cordon

Cordon

„Hoe denk jij over het cordon sanitaire ?” Ik krijg de vraag wel eens. Ik begin mijn antwoord dan altijd met de definitie van het cordon – een opvoeding met vele uren wiskunde laat zijn sporen na. Het cordon sanitaire is de afspraak tussen een aantal partijen om nooit met het Vlaams Blok een bestuursmeerderheid te vormen.  Welke partijen ? De CVP, de SP, de VLD, de VU en Agalev. Niet meer, niet minder.

Opvallend in de definitie : het gaat niet over alle vormen van samenwerking, enkel over een bestuursmeerderheid. Ook opvallend : geen van de partijen in mijn lijstje bestaat nog onder dezelfde naam – maar de afspraak wordt door de meeste van hun erfopvolgers als bindend beschouwd.

Tot daar de theorie. Ik vind het in de praktijk een moeilijke afweging. Daar speelt mijn Europese blik wellicht in mee. Ik kan me omstandigheden inbeelden waarin een democratische partij ervoor kiest om met een partij in zee te gaan die de rechtse of linkse buitengrenzen van de democratie opzoekt. Dat hangt van de concrete standpunten, de stijl en de mensen van die partij af. De PVV van Wilders valt voor mij buiten dat spectrum, de RN van Le Pen ook. Maar Meloni, of de Poolse PiS. Mja, als het moet…

Wat dan met het Vlaams Belang ? Standpunten, stijl en mensen zijn de drie criteria. Qua standpunten lijken de meeste officiële standpunten, als het moet, binnen de grenzen van het onderhandelbare te vallen.  Maar dan zijn er de stijl en de mensen nog. Qua stijl is Tom Van Grieken (mooie naam overigens, dat dan weer wel) duidelijk door de mand gevallen tijdens de voorbije campagne, en ook zijn partijleden kunnen niet altijd hun neiging verbergen om mensen uit te sluiten omwille van wie ze zijn. Dat past dus niet. En mensen… tja, er is nu niet meteen iemand bij het VB aan wie ik met een gerust hart de overheidsfinanciën of de sociale zekerheid zou toevertrouwen.

Dat alles geldt ook in Essen. Ik heb sinds het vertrek van Patrick Van Ginneken uit de gemeenteraad geen standpunten van het VB meer gehoord die ik onaanvaardbaar vind (Patrick was een COVID-ontkenner, dat hielp natuurlijk niet). Veel standpunten heb ik ook niet gehoord, maar tot daaraan toe.

Maar de stijl steekt me ook in Essen tegen. In de eerste plaats omdat ze op de twee zetels die ze bij de verkiezingen kregen nu al enkele jaren maar één persoon zetten.  De helft van hun kiezers wordt niet vertegenwoordigd. En ook omdat wat ze wel doen vaak letterlijk wordt aangestuurd uit Brussel : met lange vragen, die ze dan niet eens echt stellen en die vaak niet relevant zijn voor Essen. Waarop ze dan luisteren naar het antwoord zonder daar nog verder op in te gaan.  Zo werkt een gemeenteraad niet. Het helpt de Essenaren geen sikkepit. Bovendien dweept het Essense VB (buiten de gemeenteraad dan) duidelijk met de Russische dictator Putin – en zagen we in plaats van de Vlaamse Leeuw ook al eens de Stars en Bars wapperen bij de lokale voorman. Die strijdvlag van het Amerikaanse Zuiden wordt algemeen als racistisch symbool beschouwd.

Tenslotte, en dat is wellicht nog het meest doorslaggevende argument : ik denk echt niet dat Marc Scheepers of één van zijn collega’s een goede schepen zou zijn. Bij slotsom : ik heb het formele cordon sanitaire niet nodig om te weten dat er met het Essense VB niet kan bestuurd worden. En dat een stem op hen om vele redenen een totaal verloren stem is. De keuze gaat in Essen op 13 oktober tussen de voortzetting van de CD&V/Vooruitcoalitie en een bestuur onder leiding van N-VA/PLE. Al de rest is afleiding.

Kiespijn

Kiespijn

Er vonden de voorbije maanden in heel wat van de ons omringende landen verkiezingen plaats. Omwille van het EU-Voorzitterschap heb ik de kans gemist om er commentaar op te geven. Ik ga ze niet allemaal inhalen. Over de Britse verkiezingen van gisteren wil ik wel iets zeggen. Het meest opvallende is misschien nog wel de eigenaardige werking van het kiesstelsel : Labour gaat er in percentage nauwelijks op vooruit, maar veegt desalniettemin de Conservatieve regering van de parlementaire kaart. Hoewel het niet helemaal eerlijk is om die vraag nu op te werpen -de vorige keren waren het de Conservatieven die met een dikke 35% van de stemmen een ruime absolute meerderheid haalden- is het toch een systeem dat minder houdbaar lijkt in een situatie met meer dan twee à drie relevante partijen.

Maar laat dat geen afbreuk doen aan de vreugde om de Conservatieven, de “Tories” van premier Sunak, eindelijk hun verdiende loon te zien krijgen. Het roekeloze Brexitreferendum van David Cameron, de vruchteloze poging van Theresa May om van de contradicties en leugens die in Brexit ingebakken zaten toch nog iets te maken, het schaamteloze “have your cake and eat it” populisme van Boris Johnson, het zeer kortstondige maar zeer noodlottige economische experiment van Liz Truss en tenslotte de poging van Sunak om daar allemaal nog op één of andere manier chocola van te maken, ze zijn eindelijk allemaal afgestraft.

Vandaag doet me een beetje denken aan 2 mei 1997, toen Tony Blair een nieuwe Labourregering aan de macht bracht, na ook al vele jaren Conservatief bewind. Ik herinner het me als een dag van hoop, ook voor Europa. De huidige Labourleider Keir Starmer heeft niet hetzelfde charisma, en zijn succes lijkt ook mee gebaseerd op een onderliggende uitstroom vanuit de Conservatieve Partij naar het Reform UK van überpopulist en charlatan Nigel Farage, maar toch is het een mooie dag voor het VK, voor Europa en voor de democratie.

Over naar onze verkiezingen van 9 juni. Ik zat die dag in Genève, zodat mijn volmachthouder mijn voorkeuren aan de computer heeft doorgegeven. Ik ben blij dat het Vlaams Belang er niet in slaagde om de grootste partij te worden, en dat in de campagne werd blootgelegd hoe extreem en onbekwaam die partij echt is. Wie dacht dat het politieke genie Bart De Wever zijn pluimen had verloren is stevig bedrogen uitgekomen, ook al ben ik het met Petra De Sutter eens dat Bart haar een doos pralines mag brengen. Vooral Open Vld kreeg klappen. Eerlijk gezegd vind ik dat de kiezer premier De Croo niet helemaal naar waarde heeft geschat, maar de partij heeft het natuurlijk vooral aan zichzelf te danken. Ze is ook in een ideologisch “dead end” beland – De Croo deed zelf de vaststelling dat de al genoemde De Sutter ook een liberaal is, maar de huidige Open Vld is meer nog dan CD&V een inconsistent samenraapsel van mensen die graag aan de macht zijn. Daar zijn veel goede mensen bij, en macht nastreven is legitiem. Maar zo gaat het dus niet lukken. Als sociaal-liberaal -dat is een deel van mijn politieke identiteit- kan ik dat alleen maar jammer vinden.

Net zoals in het Verenigd Koninkrijk moet ik ook bij ons iets over het kiesstelsel vertellen. Dat is veel meer proportioneel, dus daar zit het probleem niet. En de uitkomst van de verkiezingen is al bij al vrij helder. Maar om allerlei redenen heb ik in de verkiezingsslag twee nieuwe partijen, Volt en Voor U, met belangstelling gevolgd – de kans dat ik ooit voor Els Ampe of haar partij stem is nul, maar voor haar bondgenoten van Vista kan ik enige sympathie niet ontkennen. Ik kan niet anders dan met die beide partijen vaststellen dat de combinatie van de erg hoge kiesdrempel met een al te ruime partijfinanciering het voor nieuwe partijen quasi onmogelijk maakt om door te breken. Daardoor beschermen de bestaande partijen zichzelf – maar ook hun eigen concurrenten, natuurlijk. Zo zou het Vlaams Belang bij ons te lijden kunnen hebben van een Baudet-achtige “wappie”-partij en van een BBB-variant. Misschien is het in Nederland iets te gemakkelijk om in het parlement te belanden, zo helemaal zonder drempel. Dat is niet optimaal voor de bestuurbaarheid. Maar ons systeem dient de democratie dan weer slecht : wie een partij wil loslaten moet naar een andere gevestigde overstappen. Met een mildere drempel en eerlijkere kansen voor nieuwkomers zou er in dit land al een andere liberale partij dan Open Vld zijn geweest, om op dat voorbeeld verder te bouwen.

Voorzitter

Voorzitter

Het is natuurlijk veel te stil op deze site – met mijn excuses. Het komt door het Belgisch EU-Voorzitterschap. Vanaf morgen zit ons land zes maanden lang de Raad van de Europese Unie voor. Professioneel ben ik afdelingshoofd internationale relaties en socio-economische studies bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Een hele mondvol, maar het betekent dat ik sterk betrokken ben bij de Voorzitterschap, op ons domein (dat van de werkgelegenheid en het sociaal beleid).

Bovendien liggen de Belgische ambities -terecht- hoog. Ons Voorzitterschap zit op het scharnierpunt tussen twee Europese bestuursperiodes : het huidige Europese Parlement en de huidige Europese Commissie ronden hun werk af, en bij de Europese verkiezingen van begin juni worden hun opvolgers aangeduid. De derde partner, de Raad, die de Lidstaten verenigd, blijft gewoon verder werken – daar zijn het de nationale verkiezingen in elk van de 27 landen afzonderlijk die de koers bepalen. Maar de Raad is ook betrokken bij het aanstellen van de nieuwe Commissie, en het is gebruikelijk dat de Raad ook een strategische agenda opstelt voor de nieuwe Commissie, en daarmee voor de nieuwe legislatuur. En dat proces, het maken van die agenda, dat moeten wij dus in goede banen leiden.

Ook de nog lopende wetgevende dossiers moeten zo veel mogelijk worden afgesloten, vooraleer het Europees Parlement in reces gaat. We hebben ook nog enkele specifieke thema’s die we op de agenda willen zetten. Tenslotte zijn er nog een reeks vergaderingen waarvoor we de komende zes maanden gastheer spelen.

Het Voorzitterschap werkt via een beurtol. Vandaag is de laatste dag voor Spanje, waarmee we overigens uitstekend hebben samengewerkt. Na ons komt Hongarije. Ons vorig Voorzitterschap was in 2010. Wanneer we terug aan de beurt zijn hangt af van de uitbreiding van de Unie (en van eventuele vertrekkers, al neem ik aan dat zelfs Geert Wilders wel twee keer zal nadenken vooraleer hij de grenspost in de Nieuwstraat en op de Ring heropent – hij moet dat dan zelf maar met Kees Carnaval onderhandelen). Wellicht komen we dan al dicht bij 2040.

Voor iets dat zo weinig frequent voorkomt kan je natuurlijk niet echt structureel de nodige middelen voorzien, en bovendien kan je ook maar weinig lessen trekken uit de vorige ervaring – de tijden zijn per definitie veranderd. Ook al is het de 13e keer dat België aan de beurt is, het blijft een avontuur. Eén waar ik veel zin in heb, maar dat wel veel tijd en energie vergt. Hoewel volgens collega’s die het kunnen weten de maanden vóór het Voorzitterschap de ergste zijn, wordt het de komende maanden toch ook nog erg druk. We beginnen er ook heel vroeg aan : onze “informele ministerraad” staat al op 11 en 12 januari gepland. Mogelijk blijft het hier dus nog wat stiller. Desalniettemin mijn allerbeste wensen voor een gezond, gelukkig, vredevol 2024, waarin er meer opgebouwd dan afgebroken wordt.

Jeremiade voor het boerenbedrijf

Jeremiade voor het boerenbedrijf

Ik heb geen Netflix, maar wel Amazon Prime.  Of dat verstandig is, laat ik even in het midden.  Het heeft wel als consequentie dat ik onlangs het tweede seizoen van Clarkson’s Farm heb bekeken, waarin Jeremy Clarkson -enfant terrible dat al herhaaldelijk werd buiten gesmeten, met name bij het BBC-programma “Top Gear” dat hij groot maakt- de boerderij die hij voorheen verpachtte zelf overneemt.  Van veel sympathie voor de mens Clarkson wens ik niet verdacht te worden, maar als televisiemaker heb ik hem eigenlijk altijd wel kunnen waarderen.

De Farm waarvan sprake, met de naam Diddly Squat (zoiets als “noppes”) is een grote, prachtige boerderij in de Engelse Cotswolds, met uitgestrekte velden, stukken natuur, water en enkele gebouwen, waar boer Jeremy (flink geholpen door een aantal anderen die de stiel wél kennen) allerlei gewassen en bloemenzaad verbouwt, alsook schapen (in seizoen 1), koeien (in seizoen 2), bijen en kippen erop nahoudt.  In seizoen 1 opende hij een boerderijwinkeltje met zijn en nog wat andere producten, in seizoen 2 probeert hij ook een restaurant te openen.  Daarbij wordt hij flink tegengewerkt door de lokale overheid, die de parkerende auto’s bij de winkel niet kan aanzien en de restaurantplannen tracht te fnuiken door de nodige vergunningen te weigeren.  Waarna er via een gaatje in de wet in de laatste aflevering alsnog aan tafel wordt gegaan.  Als er een seizoen 3 komt, zal de lokale overheid wellicht opnieuw de rol van boeman krijgen, want voor zover ik begrijp is het restaurant in tussentijd opnieuw dicht.  Ondertussen onderwerpt Clarkson zich overigens wel gedwee aan reeksen andere reglementeringen, waarvan ik vermoed dat ze de Vlaamse landbouwer zouden doen steigeren.

In de reeks zit ook de behandeling van de bouwaanvraag voor het restaurant door een lokale “council”, en daar kon ik me uiteraard wel mee identificeren.  Die council stemde in grote meerderheid tegen de aanvraag.  Op basis van de informatie die ik in de reeks kreeg (niet het hele dossier, uiteraard) zou ik vóór hebben gestemd.  De restaurantplannen van Clarkson waren een verdienstelijke poging om de rendabiliteit te verhogen van een boerderij zoals ik zou willen dat ze er in Essen uitzagen.

Want uiteraard wil ik het hier over onze landbouwers hebben, en hun verzet tegen de stikstofplannen, Natuurpark de Kalmthoutse Heide en meer in het algemeen tegen alles wat naar natuur ruikt, met inbegrip van een Horendonks veld van door schoolkinderen pas aangeplante bomen dat onlangs met kruisen tot een soort modern Golgotha werd herschapen.  Waar Clarkson in essentie vooral het landschap van de Cotswolds vormgeeft en onderhoudt, en probeert daar wat winst uit te halen (die hijzelf, laten we wel wezen, niet nodig heeft, maar dat is het punt niet) is de landbouw bij ons verworden tot een industriële sector met de nadruk op intensieve veeteelt en het voorzien van voedsel voor het vee dat wordt geteeld.  Dat is het gevolg van een economisch model waar met name de Boerenbond voor verantwoordelijk is en dat geen regering in de voorbije decennia heeft durven aanpakken, omdat die Boerenbond nu eenmaal verweven is met een politieke partij die altijd aan de knoppen van de macht zat – en die de andere partijen tolereren omwille van de coalitievrede of het opportunistische geloof dat ze misschien ook wel een graantje (een maïskolf, wellicht) zouden kunnen meepikken van het landbouwelectoraat.  Quod non, geen trouwer CD&V-stemmer dan de boer.

De individuele landbouwer is daar uiteraard even goed slachtoffer van dan Clarkson van het argument dat het licht van zijn restaurant mogelijk de sterrenhemel boven Oxfordshire wat minder zichtbaar zou maken, en die Essense of bij uitbreiding Vlaamse landbouwer is bovendien door de band genomen ook een beter mens dan de bullebak die doorgaans in veel te dure, snelle en luidruchtige auto’s rondscheurt, samen met zijn kompanen Hammond en May – die laatste maakt uitstekende reisprogramma’s voor Prime, doch dit geheel terzijde.  Ik heb dus best sympathie voor de boer die in een groeimodel werd opgesloten -in feite een soort pyramideschema- en op de economische en ecologische grenzen daarvan stuit.

Maar waar die landbouwer dus enig mededogen verdient, zoals pakweg de eveneens door de katholieke zuil opgelichte Arcocoöperant, geldt dat jammer genoeg niet voor de Vlaamse landbouw als sector en voor het agro-industriële complex dat daar zijn rijk op heeft gebouwd.  Daarbij maakt het niet eens zoveel uit of het nu omwille van stikstof, mest of wat dan ook is : de landbouw in Vlaanderen zoals ze vandaag bestaat gaat de draagkracht van ons land ruim te boven én vervult zijn kerntaak niet : die van het beheer van een groot stuk van ons plattelandslandschap.

Het tegenargument dat we voor ons eigen voedsel zouden moeten kunnen instaan is daarbij lachwekkend, vooral als het wordt gebruikt om te verantwoorden waarom er op Vlaamse grond voor elke inwoner continu een volledig varken moet rondlopen.  Het klinkt zoals de Britse politici die op het tekort aan sinaasappelen als gevolg van Brexit reageerde met de goede raad om meer rapen te eten : de internationalisering van de economie maakt dat we nu eenmaal toegang hebben tot lekkere dingen die worden geproduceerd waar ze het best gedijen.  Daarvan willen afstappen is geen decennia maar honderden jaren achteruitgang, naar de tijd toen onze voorouders voor het eerst een glas wijn proefden.  Uiteraard wordt die handel soms verstoord (zoals nu door de oorlog in Oekraïne), maar dat is dan een reden om die verstoring aan te pakken, niet om plots over autarchie à la Noord-Korea te gaan dromen.  En dat beseft die landbouwsector maar al te goed, want die miljoenen varkens houden ze uiteraard niet voor ons, maar voor de Aziatische markt.  Het dan over “voedselveiligheid” hebben klinkt wat tegenstrijdig.

Natuurlijk is er wel toekomst voor een landbouw in Vlaanderen, die de overheid wellicht niet minder gaat kosten dan die van vandaag.  Maar dan één die vergoed wordt voor de publieke taak die ze vervult – het landschap mee beheren en het karakter van het Vlaamse platteland mee instandhouden.  En die daar uiteraard ook een economische opbrengst uit mag halen.  Voor de landbouw zoals ze vandaag functioneert, zie ik evenwel evenveel toekomst in Vlaanderen als voor de mijnbouw en de scheepsbouw.  Noteer overigens dat ook die teloorgang niet zonder slag of stoot verliep, dat de sociale gevolgen ervan terecht opgevangen werden, en dat niemand het betreurt dat we onze steenkool of schepen niet meer ter plaatse produceren.

Verhaalbelasting

Verhaalbelasting

De voorbije weken werd de geschiedenis van Vlaanderen zowaar één van dé gespreksonderwerpen in deze lap grond van nog geen 14.000 km2.  Het televisieprogramma dat Tom Waes maakte kreeg al van vóór de aanvang het etiket “nationalistische propaganda” opgekleefd.  Alleen maar omdat het woord “Vlaanderen” in de titel stond.  Als er voor het “verhaal van België” zou zijn gekozen, dan zou de kritiek wellicht even hard zijn geweest.  En de keuze is nu eenmaal onvermijdelijk, ook als ze niet in de titel zou hebben gestaan en het programma “Tijdrijzen Waes” had geheten.  Voor dit soort programma is een geografische afbakening nodig : de wereldgeschiedenis laat zich niet vatten in een laagdrempelige tv-reeks.  En dat maakt nu net het succes van dit verhaal : er is zichtbaar heel hard aan gewerkt om een wetenschappelijk verantwoord historisch verhaal zo in beeld te brengen dat het zoveel mogelijk mensen aanspreekt.  De kijkcijfers laten zien dat dat ook lukt.  Voor al wie geschiedenis belangrijk vindt kan dat alleen maar een verheugende vaststelling zijn.

Interessanter dan de -al te gemakkelijke- politieke kritiek die wat mij betreft ook door het programma wordt weersproken vind ik de vaststelling dat het programma af en toe wat te veel historische figuren weglaat.  Neen, ik heb het niet over Jan Breydel : die is alleen belangrijk in onze geschiedenis omdat hij wordt opgevoerd in het werk van Conscience – en dát is belangrijk.  Maar misschien wel Conscience zelf, of toch zeker Pieter-Paul Rubens.  Die was toch wel echt belangrijk.  Twee Karels ook : Karel De Grote en Karel V.  Twee belangrijke personen in de Europese geschiedenis, met wellicht ook (voorlopers van) onze taal als moedertaal.  Willem De Zwijger ook : wie Alva noemt moet hem ook noemen, omdat zonder die beiden de Vlaamse noordgrens niet tussen de Kloosterstraat en de Kloosterweg zou liggen.  En keizer Jozef II, zonder wiens beleid de coalitie van liberalen en katholieken die uiteindelijk België gevormd heeft wellicht niet tot stand zou zijn gekomen.  De keuze is duidelijk gemaakt om hen niet te vernoemen, eerder dan er en passant naar te verwijzen.  Begrijpelijk, maar toch jammer.  Ik heb na elke aflevering tot nog toe Wikipedia open gedaan en iets bijgeleerd, dus misschien zouden enkelen ook wel die namen hebben opgezocht…

Eigenlijk zou er tussen elke twee afleveringen van het Verhaal een aflevering van het “tussenverhaal” moeten zitten, waar de evolutie van de ene naar de andere (goed gekozen, het moet gezegd) episode wordt verduidelijkt.  Misschien is dat iets voor een tweede reeks.

Overigens… als taalfanaat verheugt het me bijzonder dat er in elke aflevering geprobeerd is om de juiste taal zoals die op dat ogenblik werd gesproken weer te geven, met ook enige uitleg.  Daarbij werd specialist Peter-Alexander Kerkhof opgevoerd – specialist in allerlei Germaanse talen, waaronder het West-Brabants.  Waar ook het Essense bijhoort, want niet zo verrassend is aangezien de man uit Wouw afkomstig is.

Mijn auto, mijn vrijheid ?

Mijn auto, mijn vrijheid ?

Een gemeenteraad krijgen we deze maand niet : het college heeft niet voldoende beleidsideeën om met de raad over te discussiëren.  Er stond wel een commissie omgeving op het programma, over het energie- en klimaatplan.  Daarvoor gold het principe van de hoge bomen en de wind : er lag een zeer degelijk plan voor, op maat gemaakt voor Essen.  Zodat het de moeite was om dat kritisch te bekijken en daar ook degelijk op in te gaan.

Maar daar wilde ik het eigenlijk niet over hebben.  In de marge van de discussie ging het even over de auto.  Niet vér in de marge, want over klimaat discussiëren zonder het over auto’s te hebben gaat niet natuurlijk.  Maar toch : op een bepaald ogenblik zei Dirk dat hij past voor een maatschappij waarin alleen de rijken zich een eigen auto kunnen permitteren.  Ik ben het daarmee eens.  Maar ik denk dat we naar een maatschappij gaan waarin ook de rijken geen eigen auto meer zullen hebben.  Of dat helemaal verboden wordt, dat weet ik niet.  Maar het zou best kunnen, en het gaat dan niet veel minder deining veroorzaken dan het wel lijkt.

Ben ik plots in communistische of naïef-ecologistische utopieën gaan geloven ? Zie ik mezelf, als nooit-autobezitter, plots als maat van alle dingen ? Toch niet.  Ik zie het aantal autokilometers zelfs omhoog gaan, ten koste van bus en trein.  Al gaat dat natuurlijk wel op zo’n manier zijn dat de milieu-impact minimaal blijft.

Mijn redenering begint bij de zelfrijdende auto (eigenlijk een tautologie, automobiel betekent zoveel als “zelfrijdend”…).  Die komt er, al gaat het langzamer dan ik voor enkele jaren dacht.  Het is ook niet zo evident : vooral de interactie tussen zelfrijdende en bestuurde auto’s is niet zo gemakkelijk om te programmeren.  Hoe meer auto’s zelf rijden, hoe minder dat evenwel nodig gaat zijn : die kunnen alle informatie over hun rijgedrag automatisch en meteen aan elkaar doorgeven, zodat ze perfect weten wanneer de auto voor hen gaat afslaan.  Maar ook de auto dáárvoor, en zeven auto’s verder.  Ik ben geen ingenieur, maar dat lijkt mij veel veiliger, ook bij een hogere snelheid.  Tenzij er in dat rijtje natuurlijk nog een auto met een bestuurder zit.  Op de autosnelweg wordt het helemaal interessant : daar kunnen alle auto’s die van de Antwerpse naar de Brusselse ring rijden automatisch een treintje vormen en aan maximale snelheid bumper aan bumper (misschien zelfs fysiek gekoppeld) doordenderen.  Je moet er niet aan denken dat je daar zelf met je wagentje zou tussen moeten laveren.  Of zo’n treintje naast je zou hebben terwijl je van rijstrook moet veranderen.  Je eigen auto besturen wordt véél te gevaarlijk – in vergelijking met de zelfrijdende auto.  Dat gaat verboden worden, met hier of daar een kleine uitzondering voor “oldtimers” die af en toe de weg op zullen mogen.

Dat is natuurlijk nog geen reden om géén auto meer te kopen.  Integendeel, die gaat net veiliger en sneller zijn.  Maar waarom zou je ? Als je ‘s avonds tegen je auto zegt : “rijd nu maar naar de garage, ik zie je morgevroeg” dan gaat die vragen waarom hij ‘s nachts geen passagiers of pakjes mag vervoeren om zo de kost te verdienen.  Wie gaat daar neen op zeggen ? Die garage kan meteen ook weg : als hij toch moet stilstaan, dat de auto zijn plan dan maar trekt.

Maar waarom moet mijn auto dan ’s morgens terug voor mij voorrijden ? Ik vraag gewoon zo snel mogelijk een auto voor mijn deur, die me brengt naar waar ik moet zijn.  Wie daar de eigenaar van is, is niet echt belangrijk, als de auto proper is op zichzelf… Zo vermijd ik ook dat ik geen auto heb als die van mij in panne staat, want dat ga je wel hebben met al die technologie, natuurlijk.  Of als hij geüpgraded wordt.

Gaat daarmee het onderscheid tussen arm en rijk verdwijnen ? Jammer genoeg niet : als ik wil betalen voor een auto met ontbijt, waarin ik alleen zit en een videoconferentie kan houden, of een uiltje kan knappen, dan ga ik wat meer betalen dan voor eentje die vijf willekeurige medepassagiers oppikt, Q-Music door de boxen knalt en hooguit slechte automaatkoffie serveert.  Utopia klinkt altijd beter dan de realiteit…

De individuele belangen (veiliger, sneller en goedkoper van A naar B) vallen samen met een groot maatschappelijk belang : ondanks de hogere capaciteit zal er minder nood zijn aan wegen, wegens veel efficiënter gebruik.  Minder aan spoorwegen, tenzij we onze autotreintjes op één of andere manier met de echte trein kunnen combineren.  De parkeerplaats of -garage wordt grotendeels een anachronisme.  En elk verkeersongeval wordt voorpaginanieuws, vóór de moordzaken.

Weet ik dat zeker ? Natuurlijk niet.  Zowel de technologische evolutie als het gedrag van mensen zijn niet zomaar te voorspellen.  En als economist zou ik iets moeten afweten van het tweede, maar niet zo veel van dat eerste aspect.  Maar het klinkt plausibel genoeg om er als beleidsmaker toch rekening mee te houden, niet ?